Syrische vluchteling toont een foto van zijn dochter, die samen met zijn vrouw achterbleef in Syrië. @Xander Stockmans 

Beste Syriërs, kunnen jullie aub nog eens vluchten?

Aan de oevers van de Evros-rivier tussen Griekenland en Turkije. Op een boot op de grens tussen de Griekse en Turkse territoriale wateren. Aan het monument van de Poort van Europa op Lampedusa. Op een strand in Alexandrië. In de Belgische ambassades in Tripoli, Beiroet en Ankara. Op deze plaatsen zal ooit deze speech worden voorgelezen.

Beste Elias,

De dossierbehandelaar van de Belgische ambassade in Turkije liet weten dat het dossier van je zus Fatima perfect in orde was. Toch stuurden we het naar de Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel. De grensbewakers gingen met een vergrootglas op zoek naar bedriegers lang nadat de VN alle Syriërs als legitieme vluchtelingen hadden bestempeld. Terwijl het geluid van de bommen in Aleppo via Skype je Leuvense huiskamer binnendrong, lieten we je maanden wachten. Al die tijd bleef het bed dat je voor je zus had klaargemaakt, leeg.

We wierpen obstakels op, terwijl jullie er al zoveel op jullie weg hadden gevonden. We hadden Fatima het visum moeten geven, net zoals de andere keren toen ze je in België bezocht. Dan had ze kunnen genieten van het strand van Oostduinkerke, zoals tijdens jullie onvergetelijke zomer in 2006. Maar we pasten strikt de regels toe: je zus kon niet aantonen dat ze nog een inkomensbron had en dus vreesden we dat ze niet naar Aleppo zou terugkeren. Maar hoe had ze dat kunnen bewijzen? Haar restaurant was vernield in de oorlog.

Je huurde voor je zus een appartement in het Turkse Iskanderun, een stad die pas echt overspoeld werd door Syriërs en waar kort daarna in de buurt een bomaanslag plaatsvond. Je had tot dan toe enkel positieve ervaringen met België, maar onze hardvochtigheid was een schokkende ontnuchtering, zeker omdat je zelf Belg bent.

Beste Raed,

Toen je moeder vol verwachting de Belgische ambassade in Beiroet binnenstapte – ze had net onderweg van noord-Syrië bombardementen en milities getrotseerd – hadden we in haar hart moeten kijken. Maar we gingen op zoek naar de bedriegster die ze niet was. Bij elke argwanende vraag die we haar stelden, zonk de moed dieper in haar schoenen. We voerden onze beslissing in onze databank in: “geweigerd”.

Je vertelde ons nochtans dat ze sukkelde met een zwakke gezondheid en dat ze bij jou in Leuven wilde uitrusten van de oorlog. Je zou voor haar instaan, dus er was eigenlijk geen probleem. Maar de oorlog in Syrië deed ons vermoeden dat je moeder niet naar Syrië zou terugkeren en dat is een voorwaarde voor een visum. Zwitserland liet die voorwaarde vallen in september 2013, beter laat dan nooit. We hadden dat ook moeten doen.

Toen je vroeg of België zoals Duitsland kwetsbare Syriërs naar België zou halen, moesten we je weer teleurstellen. België had nooit zulke plannen. De EU riep lidstaten op meer Syriërs te hervestigen in Europa. België ging geen extra engagementen aan. Met de lage aantallen pakten we zelfs politiek uit om ons humanitair gelaat te tonen, terwijl het in werkelijkheid ons angstig gelaat was. Slechts zes Belgische gemeentes wilden jullie verwelkomen. De andere 583 waren misschien niet trots genoeg om oorlogsslachtoffers te helpen.

We hadden onze samenleving moeten verrijken met jullie ervaringen, maar we hebben ze verarmd door jullie boot af te houden. We hadden van de geschiedenis kunnen proeven door een uitnodigingsoperatie op te zetten en jullie kinderen op weg te zetten naar een toekomst. Ook al zou het pijnlijk zijn geweest ver van jullie geliefde Syrië te reizen, toch hadden we jullie graag die grote dag bezorgd: de tenten verlaten, op het vliegtuig naar België stappen.

Maar we leefden in een tijd waarin de woorden ‘kom naar Europa’ taboe waren geworden. De solidariteit was afgebrokkeld en onze ministers wilden geen stemmenverlies leiden. Terwijl jullie echte golven trotseerden, surften zij op een hardvochtige golf die hen populair maakte.

Beste Ahmed,

Het moet een schok zijn geweest toen je aan de overkant van de Evros-rivier de grens van de waardigheid dacht te hebben bereikt, en je in het eerste Griekse stadje werd geslagen door politie. Jouw twijfel op dat moment, of je wel in Europa was, is een schandvlek op ons geweten. Je was als demonstrant in Syrië beschoten door een leger. Je had je gezin moeten achterlaten. Je had je laten vernederen door smokkelaars. Je had je blauw betaald aan een vals paspoort waarmee je naar België kwam, want een officieel Schengenvisum was je geweigerd.

Als we naar jou hadden geluisterd, hadden we begrepen dat we smokkelnetwerken beter hadden kunnen bestrijden door makkelijker visa toe te kennen aan oorlogsvluchtelingen. Smokkelaars en bedrijven die investeren in grenscontroleapparatuur waren de grote winnaars van de oorlog en de conflicten achter onze gesloten grenzen. Onze burgers gingen slapen met een vals gevoel van veiligheid, dat hen deed wegkijken van de problemen aan hun voordeur.

Wist je dat jij bij de laatsten was die nog over de Evros zijn geraakt? West-Europese lidstaten waren gaan klagen: ‘De Griekse grens staat open als een schuurdeur. We zullen opnieuw grenscontroles invoeren voor Grieken, als vluchtelingen de EU blijven binnenkomen via de Grieks-Turkse grens. Wanneer één lidstaat iedereen op het Schengen grondgebied toelaat, draagt heel Europa de gevolgen.’

Met de hulp van Frontex sloot Griekenland daarop de landgrenzen met een muur en 1800 grenswachters. Op amper een maand tijd liep het aantal vluchtelingen daar terug van 2000 naar 200. Toen jouw vrienden via de Griekse eilanden kwamen, werden ze gearresteerd door gemaskerde agenten en teruggestuurd naar Turkije, waar toen al een half miljoen Syriërs verbleven in moeilijke omstandigheden. Alle EU-landen samen ontvingen 50.000 Syriërs.

Onze West-Europese regeringen waren stiekem blij dat Griekenland het vuile werk opknapte. De noodkreet van Griekenland – “we worden overspoeld” – werd beantwoord door West-Europa, niet door meer vluchtelingen in de rest van Europa op te nemen, maar door de druk op Griekenland op te voeren om vluchtelingen uit Europa weg te houden. Griekenland antwoordde met de gebruikelijke wreedheid, maar vandaag is het óns geweten, van de West-Europese opdrachtgevers waaronder België, dat in opstand komt.

Toch was je ons dankbaar. Met je volwaardig vluchtelingenstatuut – Syriërs met een tijdelijk statuut moesten wachten op een veroordeling van de Belgische staat door ons Grondwettelijk Hof – kon je je vrouw en kindje laten overkomen, ook al kreeg je het pas na een jaar wachten en duurde de gezinshereniging nog maanden. Waar vond je de kracht, telkens je dochtertje door het computerscherm zei: ‘Papa, waarom zit je aan de andere kant van het scherm?’

Beste Azmi,

in Libië had je er al een odyssee vanuit Latakia opzitten toen je hoorde dat je zwangere vrouw er geen verblijfsrecht kreeg omdat ze Palestijns vluchteling uit Syrië was. Je broer in Vilvoorde nodigde je uit naar België, maar onze ambassade in Tripoli wees je visumaanvraag af. Reden: jullie verbleven niet legaal in Libië, ook al was dat voor je vrouw onmogelijk. Die formaliteit duwde jullie naar de volgende conflicthaard, Egypte, waar Syriërs na de staatsgreep door het leger werden opgesloten. Het tweede leger waarvoor je moest vluchten.

Je kon geen kant uit, behalve de zee op. Na een verschrikkelijke bootreis werd je aangepakt door de bewakers van Fort Europa. Mensen die over grenzen heen moeten om hun leven te beschermen tegen crimineel geweld noemden we in één adem met grensoverschrijdende criminaliteit: ‘Dankzij grenscontroles bestrijden we grensoverschrijdende criminaliteit en kunnen we mensen arresteren die de grenzen clandestien overschrijden’.

We deden zo het idee bij de bevolking ingang vinden dat je vluchtelingen moet bestrijden in plaats van beschermen. We duwden jullie in de vernederende positie om als dieven in de nacht onze controles te omzeilen, waarna angst ons ertoe bracht jullie te ‘spotten’ met peperduur controlemateriaal. Niet om jullie te helpen, maar te ontmoedigen.

Toch hebben de verschillende standaarden in Europa jullie steeds naar het beste land gelokt. Maar West-Europa stuurde mensen als jij terug naar de landen aan de zuidelijke en oostelijke buitengrenzen van de EU, naar landen die al sterk onder druk stonden en die de minst effectieve asielsystemen hadden.

Beste Syriërs,

Nu we kunnen terugblikken, begrijpen we dat jullie vraag naar solidariteit vooral het gebrek aan solidariteit tussen Europese landen onderling onthulde, een ideaal dat ons nochtans aan elkaar bindt sinds onze eigen grote oorlogen.

5 miljoen ontheemden in Syrië, 2 miljoen Syriërs in de buurlanden, amper 50.000 in Europa, een paar duizend in België. In een dringende situatie die geen uitstel verdroeg, gaven we de hete aardappel door. Europese regeringsleiders schoven noodzakelijke beslissingen over concrete acties voor zich uit. Onze creatieve energie en middelen stroomden niet naar het opzetten van veilige wegen naar Europa, maar naar het afsluiten van onze grenzen.

Buiten Europa droegen we het masker van de hulpverlener, binnen het masker van de grensbewaker. Onze humanitaire hulp van meer dan 1 miljard euro was nodig, maar omdat we parallel een hardvochtig gesloten grenzenbeleid voerden werd zelfs de hulp een uiting van onze angst voor jullie in plaats van onze solidariteit met jullie.

Hulp en indamming is niet hetzelfde als hulp en uitnodiging. We hielden jullie op een afstand, in conflictgebied, waar jullie kwetsbaar waren voor extremisme. En dat extremisme kwam als een boemerang terug over grenzen heen: onze “Syriëstrijders”. Spijtig genoeg was zelfs dat geen wake-up call, maar een dankbare bliksemafleider. In plaats van morele verantwoordelijkheid voelden we morele superioriteit. Alle aandacht ging naar welke gevaren dat extremisme voor ons inhield.

Toch droegen we ook binnen Europa het humanitaire masker. Zo goed als alle Syriërs die tot bij ons raakten, kregen een statuut. Maar het asielsysteem was er enkel voor zij die zich arm konden betalen en hun leven nog een laatste keer in de waagschaal durfden gooien om het uiteindelijk te redden. Zij die de Europese grenscontroles omzeilden, beloonden we met een verblijfsstatuut. Maar sommigen verdronken in zeeën of rivieren. Het besef dat Europa een schepje bovenop de meer dan 100.000 doden in Syrië deed, is vandaag ondraaglijk.

Ook al hadden we meer Syriërs kunnen opvangen, toch hebben we de schijn van crisis opgehouden. Dat was een belediging aan het adres van de buurlanden van Syrië die een exodus te verwerken kregen die het weefsel van hun samenleving destabiliseerde. We vroegen Libanon zich niet te mengen in het Syrische conflict, maar als een Syriër beroep deed op onze ambassade in Beiroet, weigerden we hem. En werd hij de miljoenste Syriër in Libanon, een land met 4 miljoen inwoners dat zo net wel in het conflict werd getrokken.

We bewezen dat we niet geloven in een nabuurschapsbeleid, maar in een Fort-Europabeleid. Syrië is nochtans een buur van Europa. De oorlog speelde zich af in onze buurt. Onze xenofobie, aangewakkerd door een economische crisis en populistische politici, verblindde ons voor de realiteit dat stabiliteit in onze buurt in ons eigen belang is.

We hadden jullie graag beter geholpen in jullie overgang naar meer vrijheid. Want jullie strijd is ook de onze, voor een stabiele en welvarende Middellandse Zee-regio. In een tijd waarin historische veranderingen plaatsvonden, waren wij te veel op onszelf gericht. Bij deze herdenking 100 jaar later vragen we jullie om genade: kunnen jullie aub nog eens vluchten? De gemiste kans om goed te doen, verteert ons vanbinnen.

Een Europese leider, 2114.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd bij MO* Magazine

 

Pieter Stockmans is freelance journalist. Hij realiseert een langlopend project over de Arabische wereld. Volg Pieter via deze kanalen: www.facebook.com/tussenvrijheidengeluk, www.mo.be/wereldblog/tussen-vrijheid-en-geluk en @VRIJHEIDenGELUK

Click to access the login or register cheese

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.