Foto: Craig Boudreaux (via Unsplash)

Duurzaam bouwen aan echte stabiliteit in het Midden-Oosten en Noord-Afrika

Veel ontwikkelingsorganisaties overwegen om weer actief te worden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De vraag is hoe het hen gaat lukken om goede partners te selecteren en de juiste focus te kiezen. In een regio waar autocratie en corruptie de norm zijn, is het zaak om burgers en lokale organisaties te steunen. Bovendien zijn er een paar cruciale thema’s waarop grote winst valt te behalen.

Dit jaar kunnen we van het ministerie van Buitenlandse Zaken een nieuw beleidskader verwachten, de opvolger van ‘Samenspraak en Tegenspraak’. Het nieuwe kader zal de basis zijn voor de financiële ondersteuning van (Nederlandse) maatschappelijke organisaties die actief zijn in lage- en middeninkomenslanden. We kunnen ervan uitgaan dat de invulling van het nieuwe beleidskader al grotendeels bepaald is in de beleidsnota ‘Investeren in Perspectief’ (2018). Met die nota heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken het heldere signaal afgegeven dat het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA) weer op de agenda staan. Daarom overwegen veel grote en kleine hulporganisaties om (weer) actief te worden in de MENA-regio.

Stabiliteit?

Het Midden-Oosten en Noord-Afrika staat op de agenda vanwege een aantal redenen: opvang van vluchtelingen in de regio, het tegengaan van migratie naar Europa, wederopbouw van post-conflictlanden en het garanderen van een ‘ring van stabiliteit’ om Europa. Daarbij gaan in de beleidsnota ‘Investeren in Perspectief’ hulp en handel hand in hand. Hierdoor krijgen kansrijke markten (Golfstaten) en het maken van winst meer aandacht dan gebruikelijk is bij internationale samenwerking.

De beweegredenen van onze regering gaan vooral over het welzijn van Europa. Minder duidelijk is het principe dat we ons inzetten voor het welzijn van alle mensen in de wereld. Dat is jammer. Desondanks ben ik blij als de relaties met de Arabische landen worden versterkt. Europa en het Midden-Oosten zijn buren, en we zijn als buren op elkaar aangewezen. Maar als het ons menens is met het welzijn van Arabische landen, dan moeten we vanuit Europa zorgvuldig zijn bij het kiezen van partners. Nauwe relaties? Zeker. Maar niet met autocraten en patriarchen.

Hulp is nu bovenal gericht op het bevorderen van economische zekerheid en werkgelegenheid. Hoewel dat logisch klinkt, is verbetering van de economische perspectieven maar een deel van het verhaal. Zolang de corruptie welig tiert, meritocratie niet bestaat en burgers hun leven als mens met rechten en waardigheid niet zeker zijn, zal er geen sprake zijn van stabiliteit.

Lokale initiatieven

Als het doel van de Nederlandse regering is om langdurige stabiliteit en veiligheid te garanderen, dan mogen we niet de stelsels in stand houden die mensen het leven onmogelijk maken. Dat is geen economische kwestie – en al helemaal geen militaire. Kenmerkend voor de Arabische landen is dat ze centralistisch en ondemocratisch worden bestuurd. Mogelijkheden om zaken aan de orde te stellen bestaan daarom vooral op lokaal niveau. Daar gebeurt al veel, maar kan nog meer.

Zo wordt in landen als Jordanië, Egypte en Libanon het ene na het andere initiatief genomen om de leefomgeving en het milieu te verbeteren, sociale taboes te doorbreken, of jongeren te activeren. De Egyptische sociale onderneming Greenish werkt aan duurzame oplossingen voor milieuproblemen, en aan het vergroten van kennis rond milieubescherming. De Libanese jongerenorganisatie We Love Tripoli brengt jongeren in de stad in beweging rond cultuur, de inrichting van de publieke ruimte en sociale thema’s.

Lokale zaden voor de 'Palestijnse Zaden Erfgoed Bank' in Battir (Palestina), foto: Sylva van Rosse

Hulp van betekenis moet daarom ook gericht zijn op de opbouwende krachten die streven naar duurzame ontwikkeling van hun land en samenleving. Het toekomstideaal hierbij is dat de gevestigde orde in Arabische landen komt tot een nieuwe kijk op burgers: burgers als bron, als resource, in plaats van als bedreiging. Dit frame van burgers als bron kan deel uitmaken van activiteiten die vanuit het Westen in de regio worden uitgevoerd. Dit vraagt creativiteit en soms wellicht ongebruikelijke partnerschappen. Maar is dat niet veel logischer dan samenwerken met een dictator of oude patriarch die vooral zijn eigen familie verrijkt?

Milieu en urban planning

Hierbij zijn twee thema’s urgent, die op lokaal niveau vaak al zijn opgepakt en waarmee Nederland daadwerkelijk kan bijdragen aan ontwikkeling: milieu en urban planning.

De zorgen over het milieu zijn enorm, op allerlei terreinen (droogte, waterbeheer, vervuiling, etc.). Merkwaardig genoeg hebben grote internationale milieuorganisaties als Greenpeace en Friends of the Earth nauwelijks vertegenwoordiging of wortels in het Midden-Oosten. Maar op lokaal niveau bestaan er allerlei groene initiatieven, zoals het eerder genoemde Greenish. Op dit gebied is er veel te doen en veel winst te behalen. Activiteiten op het gebied van duurzame zorg voor het milieu kunnen bovendien mogelijkheden bieden voor werkgelegenheid en participatie van burgers.

Het tweede thema is urban planning en wederopbouw. Zowel in post-conflictlanden als Syrië en Irak als in metropolen als Caïro, Bagdad, Amman en Beiroet bieden bouwprojecten kansen om te werken met lokale burgers. Het werken aan weerbaarheid en duurzaamheid, die de regio nodig heeft, kan worden geïntegreerd in de manier waarop steden worden ontwikkeld. Als Nederlandse bedrijven of ontwikkelingsorganisaties betrokken zijn bij wederopbouwprojecten of urban planning kunnen ze het frame van lokale burgers als resource meenemen. Door lokale inwoners te betrekken bij de inrichting van publieke ruimten, bij wederopbouw en bij herstel van erfgoed, en door een gezamenlijke agenda te ontwikkelen voor een stad of gemeente, dragen projecten bij aan meritocratie, innovatie en actieve burger- en jongerenparticipatie.

Kansrijk

Het Midden-Oosten en Noord-Afrika vormen een rijke en kansrijke regio, pal naast Europa. ‘Investeren in perspectief’ is een reële en welkome mogelijkheid. Maar alleen als het gebeurt met kennis van de context, met creativiteit en met intensieve betrokkenheid van de jonge mensen die er wonen.

Sylva van Rosse is mede-oprichter van Het Grote Midden Oosten Platform. In haar werk maakt ze de Arabische wereld toegankelijk voor Europese actoren die willen werken aan een gedeelde toekomst.

Meer lezen?

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.