Foto: Tineke Benema

Meer Arabisch op school graag!

Het aantal scholen dat Arabisch als keuzevak aanbiedt, loopt hard terug. Tegelijkertijd pleiten Nederlandse wetenschappers voor meer aandacht voor meertaligheid in het onderwijs en de samenleving. Tineke Bennema nam een kijkje op een middelbare school in Den Haag waar leerlingen Arabisch kunnen leren.

Nee, Arabisch is niet alleen de taal van de Koran. Meer dan 360 miljoen mensen spreken het dagelijks. Arabisch is de vijfde wereldtaal, erkend door de Verenigde Naties, en een eeuwenoude schat waaruit onze taal zich heeft verrijkt met vele woorden. Arabisch is de taal van hoogstaande eeuwenoude poëzie, proza en liederen. Het vormt de brug tussen de kennis uit de Griekse Oudheid en de kennis van nu; toen wij in de duistere Middeleeuwen leefden, vertaalden Arabieren filosofisch en natuurkundig werk waarmee dit behouden bleef voor onze beschaving. Lang was Arabisch de standaardtaal voor de medische wetenschap. De grootste medische ontdekkingen komen uit de Arabische wereld: de chirurgie, het ziekenhuis als instituut, en de werking van en remedie tegen besmetting. En, last but not least, de kalligrafie van het Arabisch is een unieke kunstvorm geworden.

Handvol scholen

Volgens het rapport ‘Talen voor Nederland’ van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) is Nederland wat zelfgenoegzaam waar het gaat om zijn talen. De nadruk op het Nederlands en Engels is niet meer voldoende. Mensen werkzaam in de zorg, bij politie en justitie, in het bedrijfsleven en bij internationale ondernemingen stellen dat er meer gedaan moet worden om goed te communiceren in de diverser geworden samenleving. Het rapport stelt verder dat we beter gebruik kunnen maken van het enorme reservoir aan landgenoten dat bijvoorbeeld Duits, Mandarijn of Arabisch spreekt.

In Nederland is het moeilijke, op mathematische wijze in elkaar stekende Arabisch al enkele decennia een keuzevak in het voortgezet onderwijs. Leerlingen kunnen er centraal examen in doen. Er zijn veel leerlingen van bijvoorbeeld Arabische komaf die graag het vak willen leren, maar niet de mogelijkheid hebben om dat op school te doen. Dan zijn ze aangewezen op de moskee in de buurt, waar de politiek bezwaren tegen heeft. Vroeger boden ongeveer vijftig Nederlandse scholen de mogelijkheid om Arabisch te leren. Maar door het intrekken van de subsidie voor ‘onderwijs in allochtone levende talen’ (OALT) is het aantal scholen teruggelopen tot een handvol. Daarbij heeft het Arabisch een imagoprobleem: het wordt vaak alleen geassocieerd met islam, en veel scholen zijn er beducht voor om een ‘zwarte’ school te worden.

Je buren leren kennen

Het Edith Stein College in Den Haag is een van de weinige scholen die Arabisch aanbieden. Leerlingen hebben er verschillende doelen mee voor ogen. Bij Hussein (17 jaar, havo) wordt thuis Arabisch als hoofdtaal gesproken, maar ook Koerdisch en Turks. Met zijn zus praat hij ook in het Frans. ‘Veel talen ja, maar ik spreek geen enkele taal goed. Dat wil ik hier juist leren.’ Of Oualid, 15 jaar, wiens ouders dertig jaar geleden uit Marokko naar Nederland kwamen. Zijn vader wilde thuis alleen Nederlands spreken met de kinderen. Daarnaast hoorde Oualid Berbers, de taal die zijn ouders onderling spreken, en Arabisch. Het geschreven Arabisch kent hij niet. ‘Maar dat is net zo’n wereldtaal als het Engels. Dat moet je kennen als je verder wilt komen.’ Isabella, 15 jaar: ‘We wonen in een heel diverse buurt en ik wil graag mensen leren begrijpen. Dan is het gemakkelijk om de taal te kennen. Daarbij vind ik de Arabische cultuur mooi. En je ziet hier ook hoe de Arabische cultuur Nederland beïnvloedt.’

Samira Haddad op de Arabische markt

Zoveel smaken, zoveel zinnen dus. Lerares Samira Haddad is half Tunesisch. Ze ging zelf Arabisch studeren om meer te leren over haar eigen achtergrond. ‘Daarna volgde ik een lerarenopleiding. Daar herkende ik veel bij kinderen die weinig afweten van hun eigen achtergrond en cultuur.’ Mede daarom organiseert ze op haar school een Arabische markt, waar haar leerlingen vertellen over een land uit het Midden-Oosten.

Voorbereiden op de toekomst

Arabisch wordt op twee niveaus gegeven: elementair en gevorderd. Moeten de leerlingen niet eerst het Nederlands machtig zijn? De rector van de school, Gert Jan Kloos, is duidelijk. ’Ze krijgen toch al Nederlands op school? Arabisch is een keuzevak, ze leren dat erbij. Zo zou het ook goed zijn om meer Chinees aan te bieden. We moeten kijken waaraan behoefte is, bij de leerlingen, maar ook in de maatschappij. De wereld verandert razendsnel, daar moeten we op inspelen. Veel lesstof is al achterhaald als het gedrukt is. We kunnen leerlingen beter op de toekomst voorbereiden, en ze versterken in de talenten en kennis die ze hebben.‘

Meer kennis nodig

De verscheidenheid aan talen die de Nederlandse samenleving inmiddels rijk is, vereist dus meer kennis van die talen. De KNAW pleit daarom voor een Talenplatform, op te richten door de faculteiten letteren en geesteswetenschappen van de universiteiten. Dit platform moet kennis van uiteenlopende talen beschikbaar stellen aan relevante beroepsgroepen, en expertise over vreemde-talenonderwijs breed delen in de samenleving.

Dat is hard nodig, stelt Samira Haddad. Ze vindt het zorgelijk dat het aantal scholen dat Arabisch geeft de laatste jaren hard is afgenomen. Ook het aantal goed gekwalificeerde docenten is beperkt. Dit is een ontwikkeling die bijna niet te begrijpen is met de komst van veel Arabisch sprekende vluchtelingen naar Nederland. Zij moeten immers bijgestaan worden door gemeenten en binnen de zorg en het onderwijs.

Tineke Bennema werkte in het Midden-Oosten en is expert bij Het Grote Midden Oosten Platform.

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.