Fidan Zeino (21) sorteert als kwaliteitscontroleur kledingstukken.

Syrische vrouwen bouwen aan een nieuw leven in Turkije

Nauwsluitende denim jumpsuits met borduursels en hotshorts op etalagepoppen trekken de aandacht in de Zia-ul-Hak winkelstraat in Sultanbeyli. Binnen is het druk met opgewonden pratende en conservatief, in lange gewaden, geklede Syrische vrouwen die naar trouwjurken en sexy lingerie kijken. Veel glitter en glamour, daar houden de dames van, beaamt eigenaresse Amal Daniell (37) van modezaak Masaya. De in Aleppo geboren Syrische glundert. Daniells succesvolle modewinkel is een goed voorbeeld van de wijze waarop veel Syrische vluchtelingen in de afgelopen jaren een bestaan hebben weten op te bouwen in Turkije. Tegelijkertijd heerst onder Turkse burgers echter de gedachte dat Syriërs, zodra de mogelijkheid zich voordoet, terug moeten keren naar hun thuisland.

“Vijf jaar geleden sloegen we op de vlucht. Samen met mijn man en drie kinderen” vertelt Daniell. Hier in Sultanbeyli, een conservatieve voorstad van Istanboel met 300.000 inwoners en 20.000 Syriërs, vonden ze een veilig heenkomen en probeerden ze een nieuw leven op te bouwen. Makkelijk ging dat niet. In een vreemd land met een vreemde taal. “In Syrië zat ik tot mijn negende op school. Nooit had ik een baan”. Moeder was ze al toen ze 19 was. “Eerst een tweeling, jongens. Het jaar daarop een dochter. Mijn ene zoon heeft medische klachten, die zit thuis. De andere werkt in een textielfabriek en spreekt goed Turks.” Zelf verdiende Amal ook geld door van huis uit kleding te verkopen. Daarvan kon ze 3.000 euro sparen. Samen met haar neef, die ook 3.000 euro inlegde, begonnen ze hun eigen modezaak, met bruidsjurken en trouwartikelen als specialisme. Op de eerste verdieping hebben ze tevens een ruime schoonheidssalon.

“Om alle Turkse vergunningen te regelen, kregen we hulp van Abdullah, een jonge Syriër die werkt op het kantoor van United Work in onze wijk”, zegt Amal. United Work is een Nederlandse NGO die sinds 2017 als arbeidstoeleidingsorganisatie werkzoekende Syriërs met recruitment, trainingen, werkvergunningen en andere faciliteiten helpt een legale en duurzame baan te vinden. Zo hielpen zij mensen aan een baan bij Turkse bedrijven, maar ook bij Nederlandse vestigingen in Turkije zoals de Rabobank, C&A, en Vanderlande. Andere buitenlandse ondernemingen zoals Vodafone, H&M, en Puma zijn ook onder de deelnemende bedrijven. Tot nu hebben ruim 2050 vluchtelingen op deze manier legaal werk gevonden. Bijna de helft van deze banen zijn in de textielsector, maar ook in hotels, bedrijven die gezondheidstoeristen naar Turkije halen en bedrijven in sectoren als landbouw en logistiek zijn mensen tewerkgesteld.

Syriërs op de Turkse arbeidsmarkt

Opvallend is het grote aantal Syrische vrouwen dat via United Work op de Turkse arbeidsmarkt aan de slag kon. “Dat is in meerdere opzichten bijzonder”, zegt directeur Enis Kösem. “Veel vrouwen uit het conservatieve Syrië zijn laag opgeleid en slechts 5,6 procent van hen werkte vóór de oorlog in Syrië”. Volgens cijfers van de Turkse overheid is maar 0,45 procent van de Syrische vrouwen legaal aan het werk. Het percentage vrouwen dat met bemiddeling van United Work aan een baan en een werkvergunning kwam is veel hoger, namelijk ruim 9 procent.

Fidan Zeino (21) is een van hen.  Als kwaliteitscontroleur staat ze kledingstukken als T-shirts, sweatshirts, jeans, overhemden, en colbertjes te sorteren. Als enige vrouw tussen de mannen. “Dat is geen probleem”, zegt ze met een verlegen glimlach. “Ik hou van mijn werk hier. Hiervoor werkte ik bij twee textielbedrijven en in een fabriek voor plastic artikelen. Allemaal betaalden ze me zwart. Ik moest twaalf uur per dag werken, zes dagen per week, voor 1.000 Turkse lira (160 euro) per maand”. Dat was een derde onder het minimumloon en exemplarisch voor de uitbuiting door veel Turkse werkgevers van deze kwetsbare groep ontheemden die als zwartwerkers geen enkel recht en geen verzekering tegen ziekte of werkloosheid hebben. Fidan verdient in haar huidige baan het sinds kort opgetrokken minimumloon van 2.020 TL (325 euro) en ze werkt tien uur per dag en vijf dagen per week. De werkgever betaalt ook de sociale premies. “Alles gaat hier volgens de regels, want behalve voor Turkse merken leveren we ook aan internationale brands als Zara en Street One”, zegt personeelsmanager Hasan Demirel. “We hebben negen Syriërs aan het werk, acht mannen en een vrouw. United Work zorgt dat ze een werkvergunning krijgen en traint hen”.

Ook Miryam Abdullah (34), een alleenstaande moeder met drie kinderen, vond via de Nederlandse NGO legaal werk. “Bij een vleesverwerkingsfabriek voor het minimumloon. Samen met vier collega’s sta ik in een gekoelde ruimte aan de lopende band waarop verpakt lams- en rundvlees voorbijkomt.” Het liefst zou ze naar Nederland gaan. “Mijn man is met smokkelaars naar Griekenland gegaan. Nu woont hij in Apeldoorn. Door allerlei bureaucratische problemen kunnen wij niet naar hem toe”.

Ook Miryam Abdullah (34), een alleenstaande moeder met drie kinderen, vond via de Nederlandse ngo legaal werk in Istanboel.

De mogelijkheid van terugkeer

Uit peilingen blijkt dat ongeveer de helft van de Syrische vluchtelingen Turkije niet wil verlaten. Amal Daniell van modezaak Masaya is een van hen. “Ik heb hier een goede zaak opgebouwd. Ik wil hier blijven”. Maar bijna negen op de tien Turken vindt dat de vluchtelingen moeten worden teruggestuurd zodra de oorlog voorbij is. Volgens velen is het enorme aantal Syrische vluchtelingen medeschuldig aan de economische crisis en de oplopende werkloosheid van 13,5 procent. Oppositieleider Kemal Kılıçdaroğlu windt er geen doekjes om. “De regering heeft 35 miljard dollar uitgegeven aan Syrische vluchtelingen. Met dit geld hadden we de werkloosheid kunnen voorkomen door stuwdammen en fabrieken te bouwen. Zo zouden duizenden landgenoten niet langer honger hoeven lijden”.

eigenaresse Amal Daniell (37) van modezaak Masaya (De Avonden).

Een massale terugkeer van Syriërs naar hun vaderland is binnen afzienbare tijd niet te verwachten. De oorlog is nog niet voorbij. Veel wat ze hebben achtergelaten, ligt in puin. En ook al komt er politieke oplossing aan het eind van de burgeroorlog, dan nog willen velen niet terug zolang de Assad-familie aan de macht is. Tot die tijd blijft het door Nederland en de overige EU-lidstaten gepropageerde beleid van ‘opvang in de regio’ het minst slechte alternatief. Dat beleid komt voort uit de in de lente van 2016 gesloten vluchtelingendeal tussen de EU en Turkije over het ontmoedigen van illegale migratie via de Egeïsche Zee naar Griekenland. Brussel beloofde president Erdogan zes miljard euro voor het verbeteren van de opvang van de Syrische vluchtelingen, en drong er bij Ankara op aan Syriërs werkvergunningen te verstrekken.

De EU stelde Turkije visumvrij reizen en een uitbreiding en modernisering van de in 1996 van kracht geworden douane-unie tussen de EU en Turkije in het vooruitzicht. Een uitbreiding van de handelsbetrekkingen zal nieuwe kansen creëren voor bedrijven uit Europa in de agrovoedings- en dienstensector, alsmede op de markt voor overheidsopdrachten. Doordat Ankara de rechtsstaat en de democratie steeds verder uitholt na de mislukte staatsgreep in 2016 zijn reizen zonder visum en uitbreiding van de vrijhandel op de lange baan geschoven. Mensensmokkel in gammele bootjes naar Griekse eilanden als Kos, Samos en Lesbos nam wel drastisch af, met 96 procent. In 2018 daalde het aantal tot 32.864 van bijna 856.000 in 2015. Slechts 157.515 van de ruim 3,6 miljoen geregistreerde vluchtelingen leven in kampen. De overgrote meerderheid streek neer in steden als Istanboel, Ankara, Izmir, Bursa, Urfa, Gaziantep, Reyhanli en Hatay.

Ongeveer de helft van de 2,1 miljoen volwassen Syriërs is aan het werk. Bijna allemaal zwart. De Turkse overheid is karig met het afgeven van werkvergunningen. Nog geen 1,5 procent van de Syrische beroepsbevolking, zo’n 28.000, werkt legaal. Dat via het Nederlandse initiatief United Work tot nu toe 2.050 vluchtelingen legaal werk hebben gevonden, lijkt misschien een druppel op de gloeiende plaat. Maar voor Amal, Fidan, Miryam, en al die anderen heeft de Nederlandse steun een positieve wending gegeven aan hun leven als vluchteling in Turkije.

Marc Guillet is journalist. Hij schrijft sinds 1983 over Turkije en is sinds 2006 correspondent in Istanbul.

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.