Een ander perspectief op kindhuwelijken onder Syrische vluchtelingen in Jordanië

Wereldwijd bestaan veel zorgen over vroege huwelijken onder vluchtelingen. Programma's beperken zich vaak tot voorlichting, en hebben niet het gewenste effect. Recent onderzoek met een grote rol voor de Syrische vrouwen zélf, onder leiding van GMOP-expert Marina de Regt, laat zien dat ons beeld van kindhuwelijken nuancering behoeft.

Humanitaire organisaties in Jordanië en Libanon maken zich al jaren grote zorgen over het toenemend aantal ‘kindhuwelijken’ (zawaj mubakir) onder Syrische vluchtelingen. In bepaalde regio’s in Syrië komt het van oudsher veel voor dat meisjes op jonge leeftijd trouwen (tussen de 14-18 jaar), maar onder vluchtelingen neemt dit toe: tussen 2011 en 2015 van 18,4 procent naar 34,6 procent, volgens de Higher Population Council in Jordanië.

Studies van internationale organisaties zoals Save the Children en UNICEF bieden inzicht in de oorzaken en gevolgen van deze huwelijken, en wijzen vooral op de hogere gezondheidsrisico’s voor jonge moeders en hun pas geboren kinderen, de grotere kans op huiselijk geweld en de bredere sociale en psychologische problemen voor jonggetrouwde vrouwen. Gezien de stijgende aantallen leveren voorlichtingscampagnes om deze huwelijken tegen te gaan weinig op. Hoe kijken Syrische vluchtelingen, en met name Syrische vrouwen, zelf tegen deze huwelijken aan? En wat is de relatie tussen ‘early marriages’ met seksuele en reproductieve gezondheidszorg?

Dit waren de belangrijkste vragen van een onderzoeksproject dat in de periode 2017-2020 plaatsvond onder leiding van Marina de Regt, en gefinancierd werd door het Sexual and Reproductive Health and Rights (SRHR) Programme van de Nederlandse organisatie WOTRO Science for Global Development. Dit programma heeft tot doel wetenschappelijk onderzoek te stimuleren naar SRHR-gerelateerde thema’s, in samenwerking met lokale belanghebbenden en gericht op beleidsverandering. Het team bestond uit antropologen van de Vrije Universiteit Amsterdam en Yarmouk University in Irbid (Jordanië), Master-studenten van de opleiding Antropologie van Yarmouk University, medewerkers van twee NGOs in Jordanië die gezondheidsdiensten verlenen aan onder anderen Syrische vluchtelingen (Caritas Jordan en Ahel Al-Jabal), en twee Syrische vrouwen die als vluchteling in Jordanië wonen, waarvan een op jonge leeftijd was getrouwd.

Het team. Foto Marina de Regt

Een uniek aspect van het onderzoek was het gebruik van participatieve onderzoeksmethodes, waarbij niet alleen Syrische vluchtelingen zelf deelnamen als onderzoekers, maar er maandelijkse groepsbijeenkomsten werden georganiseerd met Syrische vrouwen en mannen om over hun leven, en met name over hun huwelijk en de relatie met seksuele en reproductieve gezondheidsthema’s, te praten. Deze bijeenkomsten creëerden een veilige omgeving, waardoor thema’s die normaal gesproken taboe zijn, konden worden besproken. Daarnaast hadden de samenkomsten een belangrijke sociale functie, omdat zij het netwerk van de deelnemers vergrootten en zij mensen buiten hun eigen familie ontmoetten waarmee zij hun problemen konden delen.

Veel jonggetrouwde vrouwen in Noord-Jordanië, waar het onderzoek plaatsvond, leven vrij geïsoleerd en hebben slechts contact met hun naaste familie. De vrouwen, en mannen, waren zeer positief over de groepsbijeenkomsten. Er werd écht naar hen geluisterd, in plaats van dat ze voorlichtingsboodschappen voorgeschoteld kregen. In totaal hebben waren er 25 groepsbijeenkomsten, met ongetrouwde en jonggetrouwde vrouwen en mannen. Daarnaast zijn er in totaal 124 diepte-interviews gedaan met getrouwde en ongetrouwde vrouwen en mannen, en met mensen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en daarbij veel met Syrische vluchtelingen te maken hebben.

Een genuanceerd beeld

Op dinsdag 12 februari zijn de resultaten gepresenteerd in een webinar dat georganiseerd was in samenwerking met het Grote Midden Oosten Platform. Een van de belangrijkste conclusies van het onderzoek is dat het begrip ‘early marriage’ een veelheid aan vormen kent, en dat de gevolgen nogal afhankelijk zijn van de context. In het dagelijkse spraakgebruik worden ‘kindhuwelijken’ automatisch gezien als gedwongen huwelijken, en als huwelijken waarbij er een groot verschil is in leeftijd tussen de echtgenoten. Het stereotype beeld is het kleine meisje dat nog met poppen speelt en de oudere man die al meerdere echtgenotes heeft. In de praktijk zijn er meer vormen, zoals neef-nicht huwelijken, waarbij het leeftijdsverschil vaak niet zo groot is, huwelijken waarbij de man ook relatief jong is, huwelijken waarmee beide partners instemmen, huwelijken tussen mensen van verschillende nationaliteiten, en huwelijken waarbij een van de partners elders woonachtig is.

Het stereotype beeld is het kleine meisje dat nog met poppen speelt en de oudere man die al meerdere echtgenotes heeft. In de praktijk zijn er veel meer verschillende vormen

De context waarin het huwelijk plaats vindt is ook van groot belang: als familieleden dichtbij wonen is dat goed voor het sociale netwerk van het jonge stel, waarbij in geval van problemen familieleden kunnen helpen. In het onderzoek kwam ook duidelijk naar voren dat veel jonge meisjes vanaf een jaar of vijftien uitzien naar het huwelijk: zij zien het als een belangrijke overgang naar volwassenheid en willen graag een gezin stichten. Zij zijn echt vaak zeer slecht voorbereid, ook seksueel, en het huwelijk valt in veel gevallen erg tegen. Uit gesprekken met mensen die in de gezondheidszorg werken blijkt dat de gezondheidsrisico’s van het trouwen op jonge leeftijd meevallen: zwangerschappen en bevallingen verlopen in de meeste gevallen goed als meisjes ouder zijn dan vijftien jaar. Het grootste gezondheidsrisico zit hem in het gebrek aan kennis over seksuele en reproductieve gezondheidszorg.

Armoede en economische redenen worden vaak als belangrijkste oorzaak van de zogeheten kindhuwelijken  genoemd. Blijkens het onderzoek is dit niet het geval. Armoede zorgt er juist voor dat mensen niet kunnen trouwen, en veel ongetrouwde mannen gaven aan dat zij het huwelijk uitstelden omdat ze geen werk hadden. Toegang tot internet, sociale media en mobiele telefoons blijken een grote rol te spelen in de wens te willen trouwen, en ook in de toegang tot mogelijke huwelijkspartners.

Om de resultaten van het onderzoek onder een breed publiek te verspreiden is er een website gemaakt: Lives in Perspective (www.livesinperspective.org). Daarop zijn vijf korte verhalen te lezen, gebaseerd op interviews en groepsgesprekken. Doel is om meer begrip te kweken voor mensen die in conflictgebieden of oorlogssituaties in het Midden-Oosten of Afrika wonen. De tekeningen bij de verhalen zijn van Diala Brisly, een Syrische vluchtelinge die momenteel in Frankrijk woont.

Marina de Regt is antropoloog en universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze is als expert verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform.

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.