Het vuur van de Arabische revolutie is nog lang niet uitgeblust (2/2)

Toen zo’n drie jaar geleden in Soedan en Algerije volksopstanden uitbraken, dacht menigeen terug aan de Arabische Lente. Vooral de slogans en de sfeer herinnerden aan de massaprotesten die in 2011 leidden tot de val van de Tunesische president Ben-Ali en andere autocraten in de regio. Dus kregen de Soedanese en Algerijnse protesten het etiket ‘de tweede golf van de Arabische Lente’, hoewel de lente in bijna ieders hoofd inmiddels allang was omgeslagen in een barre winter.

In Algiers is kunstenaar en activist Djamel Eddine Oumane terughoudender met die vergelijking. ‘De overeenkomst is dat mensen in de regio geen onderdrukking meer accepteren. Maar andere factoren, zoals de toegang tot IT zijn net zo belangrijk.’ Volgens hem leverden de revoluties in Tunesië, Egypte en Libië in 2011 ‘een bijdrage’. ‘Maar voor die tijd waren er in Algerije ook al grote opstanden, zoals de massademonstraties door Algerijnse Berbers in 2002, die ‘de Lente van de Berbers’ is gaan heten.

Ook Enass Muzamel in Soedan memoreert eerdere opstanden die voor de buitenwereld onopgemerkt bleven. ‘Ik heb verschrikkelijke herinneringen aan de protesten in 2013. Harde tijden, er waren zoveel politie en veiligheidsmedewerkers op de been. Ik werd op mijn hoofd geslagen en twee keer gearresteerd. De laatste keer zat ik een hele dag in de cel.’ Hét verschil met 2018: ‘In 2018 waren de demonstraties nog massaler.’ Drie jaar bleken te weinig om diepgewortelde machtsstructuren te doorbreken. Nog steeds zijn Muzamel en Eddine Oumane dagelijks bezig met strijd voor rechtvaardigheid en een eerlijkere machtsverdeling. In dit tweede en laatste deel van de tweeluik ‘Het vuur van de Arabische Revoluties is nog lang niet uitgeblust’ vertellen deze twee onvermoeibare mensenrechtenstrijders over hun ervaringen.

 

Soedan

Massale protesten tegen het regime van Omar al-Bashir (1944) en zijn strikt Islamitische Nationale Congrespartij leidde in de lente van 2019 tot een machtsovername door het leger. Toen de miljoenen demonstranten daarna doorgingen met hun protest deed de legertop een stap opzij en kwam er een tijdelijke burgerregering die de overgang naar democratie moest begeleiden en verkiezingen moest voorbereiden voor eind 2022.

Bij wijze van compromis kreeg het leger de belangrijkste positie in de overgangsraad, die toezicht houdt op de interim-regering. Half november 2021 zouden de militairen die positie weer moeten afstaan aan burgers. Maar de legertop kon daar niet mee leven; op 25 oktober pleegde generaal Abdel Fattah Al Burhan een staatsgreep en ontbond de overgangsraad en de regering. Sindsdien gaan de Soedanezen weer wekelijks de straat op. 

Enass Muzamel (33) is humanitair hulpverlener en oprichter van mensenrechtenorganisatie Madaniya (‘burgerschap’). Zij was een van de aanvoerders van de demonstraties tegen al-Bashir en gaat sinds 25 oktober weer minstens twee keer per week de straat op.

Gisteren was er weer een mars tegen de staatsgreep door al-Burhan. Hoe verliep die?

‘Wij, de demonstranten, voelen ons verraden. De premie, die na de staatsgreep aan de kant is gezet, sloot een akkoord met al-Burhan om zo weer aan de macht te komen. En de internationale gemeenschap juicht het toe!! Dit moeten wij als een les zien.’

Hoe hadden jullie de staatsgreep op 25 oktober kunnen voorkomen?

‘Ik geloof niet het te voorkomen was geweest. De ongelijke machtsverhoudingen zitten te diep verankerd, daar valt niet tegen op te boksen. Het leger wordt gesteund door de Emiraten, en de ‘deep state’ zit overal. Daarnaast: de politieke partijen waren te veel bezig met machtsbehoud en vriendjespolitiek, daardoor kwamen ze in een slecht daglicht te staan.’

Wat herinner je van de opstanden in 2018 en 2019?

‘Ik herinner het mij het als een begin van een nieuw Soedan. Mensen waren heel moedig, vastberaden en hoopvol. Maar de demonstranten werden bekogeld door traangas en kogels. De veiligheidsdiensten schoten willekeurig in het rond.’

‘Eén ding is duidelijk: het leger moet uit de politiek. Dat is onze belangrijkste eis’

Hebben jullie geleerd van de strategie tijdens de opstanden in 2018?

‘De strategie was toen niet duidelijk. We wisten waar we tégen waren, maar er was geen gemeenschappelijk doel. En we hebben de complexiteit onderschat. Nu zijn we bezig een plan uit te werken. Een ding is duidelijk: het leger moet helemaal uit de politiek. Dat is onze belangrijkste eis.’

Hoe zijn de opstanden nu georganiseerd?

‘Een heel platte, horizontale organisatie, die vooral geleid wordt door jongeren tussen de 15 en de 25 jaar. Eén van de belangrijkste is de “Alliantie voor Vrijheid en Verandering”, die is landelijk, met overal open, lokale netwerken. Hun bijeenkomsten zijn voor iedereen toegankelijk. En je hebt de “Soedanese beroepsvereniging”.

Hoe is jouw leven sinds 2019 veranderd?

‘Ik wilde mijn kennis, ervaring en energie inzetten voor een nieuw Soedan. Het kostte me drie dagen om een organisatie op te richten, dat was eerder volstrekt ondenkbaar. Wij waren vol hoop. Verkiezingen! Ik heb nog nooit gestemd.’

Enass Muzamel. Foto via Faïrouz ben Salah

Hoe is de samenleving veranderd?

‘Weinig, helaas. Die is nog steeds heel patriarchaal. Soedanezen staan niet erg open voor verandering. Het gaat met heel kleine stapjes.’

Waarom denk je dat het zo moeilijk is om in deze regio, Noord-Afrika/ West Azië een democratie op te bouwen?

‘Dat is een ingewikkelde vraag. Er spelen zoveel factoren mee. Denk aan de politieke Islam, koloniale verhoudingen, cultuur. Wij leren veel van de ontwikkelingen in andere landen. Ik ben lid van een internationaal netwerk en kijk naar de ervaringen van vrienden in landen die lijken op Soedan, zoals Libië, maar ook naar wat er in Egypte is gebeurd zoals de staatsgreep door al-Sisi en de terugkeer naar de dictatuur.

Wat zijn belangrijke voorwaarden om in Soedan een democratie op te bouwen?

‘Allereerst moet het leger helemaal uitgesloten worden van de politiek. En de politieke partijen moeten veranderen. Die zijn nu zelf ook niet democratisch ingericht. Te gesloten, veel te weinig vrouwen en te weinig jongeren. Maar de opstanden worden nu geleid door jongeren tussen de 15 en 25 jaar, dat geeft veel hoop. ‘

Algerije

Half februari 2019 gingen mensen overal in Algerije de straat op tegen een vijfde mandaat van president Abdelaziz Bouteflika (1937-2021). Die werd later opgevolgd door Abdelmajdid Tebboune, maar hij en zijn regering worden net zo gehaat als voorganger. Sinds het begin van de protesten zijn tientallen oppositieleden en activisten opgepakt.

Djamel-Eddine Oulmane (68) is gepensioneerd arts, kunstenaar, graffiti artiest en muzikant. Hij is nauw betrokken bij het “democratisch alternatief”,’ een blok van linkse en middenpartijen die deel uit maakte van de overkoepelende al-Hirak verzetsbeweging.

Welke rol speelde u bij de protesten tegen Bouteflika?

‘Ik ben er vanaf het allereerste begin bij geweest. Eerst in 2014, toen protesteerde ik met een groepje tegen het vierde mandaat van Bouteflika. Die beweging groeide uit van acht tot honderd personen, maar werd door de politie opgeruimd. Toen er in 2019 op de sociale media werd opgeroepen om te protesteren tegen het vijfde mandaat sloot ik mij onmiddellijk weer aan. Elke vrijdag waren er massademonstraties, en elke dinsdag door studenten. Ik ben overal bij geweest. Volgens mij is er in eerste instantie niemand gearresteerd, al spoot de politie wel met traangas. Op een gegeven moment ben ik spandoeken gaan maken met tekeningen, en later ook kleurige slogans met mijn laptop. Dat was een succes en ik raakte min of meer beroemd. Mensen gingen mij als een soort “oom” zien. Later maakte die bekendheid mij wel tot doelwit van de politie.’

Waarom hebben de protesten ondanks de massale opkomst niet geleid tot een “regime change”?

‘Het was meer volkswoede dan een “revolutie”. Veel te ongestructureerd, er was geen doel. De beweging was te divers: van extreemrechts, tot extreemlinks tot Islamisten. Dat kon onmogelijk tot iets leiden. Het systeem is oppermachtig en heel weerbaar. Het kan op alle mogelijke manieren macht uitoefenen. Maar het was een heel goed begin, een goede ervaring. Er is een zaadje geplant. Vroeger sprak ik in winkels met jongeren uit de wijk over voetbal. Tegenwoordig hebben wij het ook over politiek, onderdrukking, de Franse verkiezingen. De Algerijnen zijn “wakker” geworden en dat is belangrijk. We moeten ons nu gaan organiseren en structureren.’

Djamel-Eddine Oulmane. Foto via Faïrouz ben Salah

U bent vorig jaar opgepakt. Hoe ging dat?

‘Na meerdere pogingen werd ik in januari 2020 “serieus” opgepakt. We zaten met elf personen in een cel van drie vierkante meter. Niet alleen politieke gevangenen, maar ook mensen die verdacht werden van bijvoorbeeld stelen.’

Om te laten zien hoe justitie in Algerije werkt, haalt hij een voorbeeld aan. ‘De rechter vroeg in de rechtszaal: “wat eist u?” De officier van justitie antwoordde: “ik vraag niets. De dossiers zijn leeg, de mensen hebben niets gedaan. Het was een vreedzame demonstratie, Ik vraag de wet toe te passen en de mensen vrij te laten, want demonstreren is niet verboden in Algerije. En ik ben het eens met de slogan voor onafhankelijke justitie. Dat zou de geloofwaardigheid van justitie enorm verhogen.” De officier van justitie was het dus met ons eens! Maar de rechter veroordeelde ons toch tot drie maanden gevangenisstraf en een hoge boete. De officier werd overgeplaatst. In hoger beroep is onze straf weer deels teruggedraaid.’

Hoe stevig zit de regering van Abdelmajdid Tebboune in het zadel?

Tebboune gaat het niet vol houden, zijn macht is alleen gebaseerd op onderdrukking.Als ze daarmee ophouden, zijn ze binnen een dag weg. En er zijn overal sociale stakingen en protesten, maar dat wordt stilgehouden. Mensen zijn wanhopig over de slechte levensomstandigheden en de kwaliteit van publieke voorzieningen. Zij willen de subsidies op levensmiddelen verlagen worden producten duurder worden. Er komt een heel instabiele periode aan. Het conflict tussen Algerije en Marokko over de Westelijke Sahara is ook puur gericht op machtsbehoud. De systemen van beide landen verschillen, maar zijn even onderdrukkend. Met het conflict willen ze de aandacht afleiden en zo hun grip versterken.’

Hoe is het verzet tegen Tebboune georganiseerd?

‘Ik steun een blok van vijf of zes partijen die deel uitmaakten van de al-Hirak beweging. Het zijn zowel linkse, als extreemlinkse als middenpartijen. Zij brengen regelmatig verklaringen uit, maar het werken wordt hen onmogelijk gemaakt door arrestaties. Eén van de leiders zit in de gevangenis. Politieke activiteiten worden in Algerije gecriminaliseerd. Voor je het weet wordt je bestempeld als terrorist! Maatschappelijke organisaties die zich politiek uitspreken, zijn monddood gemaakt. Ik hoop dat ze zich gaan aansluiten bij politieke partijen.’

‘De Algerijnen zijn “wakker” geworden. Nu moeten we ons gaan organiseren en structureren.’

Hoe houdt u hoop?

‘Een revolutionair moet altijd hoop houden. Zelfs als het alleen gaat over de verre toekomst gaat. Zoals gezegd: dit systeem is alleen gebaseerd op onderdrukking. Als ze daarmee ophouden zijn ze binnen een dag weg. En ik zie ondanks alles toch verandering: een paar jaar geleden werden demonstranten nog neergeschoten. Dat kunnen ze zich niet meer permitteren. ‘

Waarom denk je dat het zo moeilijk is om in deze regio, Noord-Afrika/ West Azië een democratie op te bouwen?

‘Wij zitten opgescheept met machtssystemen die er belang bij aan de macht aan te blijven. Onze taak is strijden tegen de ontmoediging. Wat er ook gebeurd, je hebt de keuze: niets doen of handelen. Als je handelt, heb je tenminste een káns dat er iets gebeurd. Maar ook in Europa werkt de democratie niet goed meer. Ik zie de democratie slechts als een instrument om in het algemeen belang besluiten te nemen. Maar dat zie je bijna nergens. Overal is de macht in handen van een kleine groep met geld die alles inzetten om hun eigen positie in stand te houden. Daardoor verliezen jongeren het vertrouwen in instituties.’

Hoe nu verder?

‘Jongeren hebben geen vertrouwen meer in instituties. Ze organiseren zich anders, maar met alleen losse netwerken komen wij niet verder. We moeten hen overtuigen.’

 

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door een werkbeurs van Het Steunfonds Freelance Journalisten.

 

Faïrouz ben Salah woont en werkt in Tunesië en is analist en journaliste.

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.