Hard maar inspirerend werk op de Om Sleiman Farm in bezet Palestina

Jong en groen: jongeren spelen een rol in de groene toekomst van MENA

Jongeren zijn actieve deelnemers aan de wereldwijde klimaatbeweging. Zij zijn zowel uitvoerders, bemiddelaars en aanstichters van verandering. Dit geldt ook in de MENA-regio, hoewel misschien niet zo zichtbaar. In tegenstelling tot leeftijdsgenoten in andere delen van de wereld, staken MENA-jongeren niet op vrijdag. Die dag is tenslotte een weekenddag voor hen. Tijdens een online evenement, onderdeel van een reeks bijeenkomsten van het Green MENA Network, vertelden drie geweldige sprekers over actie door de jonge generatie voor een groene toekomst.

Yara Dowani is een Palestijnse afkomstig uit de stad, die werkt op een biologische boerderij op het platteland van de bezette Westelijke Jordaanoever. De Iraakse Maha Yassin helpt een dialoog tot stand te brengen tussen jonge activisten in Zuid-Irak, lokale academici en lokale overheden, zodat ze kunnen samenwerken bij het oplossen van de enorme milieuproblemen in het land. Qatari Neeshad Shafi richtte de Arab Youth for Climate Movement op en werd met zijn team een gerespecteerde partner van lokale gemeenschappen en autoriteiten in Qatar.

Elke plant is een universum

‘We zijn allemaal jonge mensen. De boerderij heeft ons niet uitgekozen; wij werden aangetrokken door de boerderij’, legde Yara Dowani uit tijdens het online evenement. De mensen die op Om Sleiman Farm werken hebben een masterdiploma, ze hebben gereisd, hebben met lokale of internationale ngo’s gewerkt, maar zijn allemaal op de boerderij beland. Yara trad toe nadat ze een twee weken een permacultuurcursus op de boerderij had gevolgd. ‘Het was zo logisch voor mij, vooral in onze context, in Palestina, met de bezetting en alle uitdagingen van dien: om mijn eigen voedsel te verbouwen, mijn eigen plek te beheren en te leren hoe we onze hulpbronnen moeten beheren.’

Yara is niet de enige die zich zo voelt; veel vrijwilligers blijven op de boerderij vanwege de voldoening die het geeft. ‘Je kunt je niet voorstellen dat je terugkeert naar een kantoor. Op de boerderij ben je verantwoordelijk voor je eigen eten, je bent in de natuur. Dat hebben we gemist in ons onderwijs en in steden. Wat voor mij geweldig was, was om te leren dat elke plant een universum is. Als je met planten werkt, zie je de hele tijd leven. Je voelt de vrijheid en onafhankelijkheid die we normaal niet voelen als we in Palestina zijn onder bezetting.’

Om Sleiman Farm op de bezette Westelijke Jordaanoever

De Om Sleiman Farm wil de samenleving gezonder maken. De vrijwilligers gaan uit van het idee dat landbouw een ecosysteem is dat een gezonde samenleving voortbrengt, geen machine om tegen elke prijs winst te genereren. Palestina was vroeger een agrarisch land, maar de laatste jaren is landbouwwerk gestigmatiseerd (zoals in veel delen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika) en wordt het niet gewaardeerd als een carrière of een manier van leven. Boerenkinderen verlaten de dorpen om te studeren of werk te vinden in de stad. Yara vindt het belangrijk om boeren weer krachtig te maken. ‘Ik denk dat er nu een grote beweging is, in Palestina, in het Midden-Oosten, in de wereld, onder jongeren, om terug te gaan naar het land en het land te regenereren en deze levensstijl te leven. Het is belangrijk dat consumenten weten waar ons voedsel vandaan komt, wie het produceert en hoe. Want boeren produceren wat consumenten van hen vragen.’

Natuurlijk zijn er uitdagingen bij Om Sleiman Farm. De boerderij ligt in Area C (dat valt onder Israëlische controle), pal naast de Israëlische “veiligheidsmuur” en een nederzetting. ‘We mogen niets bouwen, en kunnen niet eens ons eigen water beheren. Bovendien zijn we een groep jonge mensen die nooit landbouw hebben gestudeerd. We leren uit ervaring, van elkaar. Werken op een boerderij betekent verder ook dat we geen stabiel inkomen hebben.’

De boerderij werkt met een model van gemeenschapslandbouw (community supported agriculture) dat de boer met de consument verbindt. In de reguliere landbouw hebben boeren aan het begin van het seizoen geld nodig voor zaden. Dan moeten ze een afzetmarkt vinden voor hun producten. Bij gemeenschapslandbouw betalen klanten vooraf. De boer hoeft geen geld te lenen, weet hoeveel hij moet produceren en hoeft zich geen zorgen te maken over marketing. Om Sleiman Farm volgde dit model de afgelopen zes jaar. ‘We zijn begonnen met acht gezinnen uit Ramallah en nu produceren we de komende winter biologische groenten en producten voor veertig tot vijftig gezinnen.’

Bewustwordingscampagnes op Facebook

De omgeving waarin Iraakse jongeren opgroeien is heel anders dan die van Palestijnse jongeren, maar is niet minder problematisch. Irak wordt al tientallen jaren geteisterd door interne en externe conflicten. Wanbeleid, oorlog en uitbuiting van het milieu verergeren de ernstige gevolgen van de klimaatverandering voor het land. Waterschaarste, vervuiling en luchtvervuiling zijn slechts enkele van de vele milieuproblemen. Gedurende vele jaren was de prioriteit van de regering om het land te stabiliseren en de economie te verbeteren. De meeste investeringen gingen naar de olie-industrie. Andere sectoren, zoals water en landbouw, werden ernstig verwaarloosd. Was Irak vroeger de grootste dadelproducent ter wereld met eindeloze landerijen van dadelpalmen, grote delen daarvan zijn inmiddels veranderd in woestijn.

Droogte in Irak

Door alle instabiliteit en conflicten is klimaat- en milieuactivisme relatief nieuw in Irak. ‘De omvang van het milieuactivisme in Irak is nog klein, maar groeit erg snel’, zegt Maha Yassin. Ze is junior onderzoeker bij het Planetary Security Initiative van Instituut Clingendael in Den Haag, en komt oorspronkelijk uit Basra in Zuid-Irak. Ze ontdekte dat de weinige lokale ngo’s die aan vergroeningscampagnes werken, door jongeren worden geleid en veelal leunen op vrijwilligers. Het voeren van bewustwordingscampagnes is hun hoofdactiviteit, bijvoorbeeld over de milieu-impact van de olie-industrie, en over hoe de autoriteiten daar mee om zouden moeten gaan. De ngo’s gebruiken sociale media voor hun bewustwordingscampagnes. ‘Ze breidden uit vanuit Facebook, dat veel gebruikt wordt in Irak, en begonnen ook Instagram en Twitter te gebruiken.’

Petrochemische industrie in het zuiden van Irak

Maha ontdekte dat ngo’s in eerste instantie gericht zijn op het mobiliseren van vrijwilligers en het verkrijgen van kleine financiering. Als dat lukt beginnen ze met uitvoering van concrete projecten ter plaatse. Ze blijven steeds bewustmaking combineren met activiteiten, maar ze hebben wel bekendheid en internationale steun nodig. ‘Het zijn vooral jonge mensen die hun eigen capaciteiten willen opbouwen. Het is fijn dat ze toegang hebben tot de betaalbare tool van sociale media om hun stem te laten horen. Maar ze hebben ondersteuning nodig om besluitvormers te bereiken en met hen samen te werken, om echte veranderingen te bewerkstelligen.’ Want uiteindelijk kunnen ngo’s in Irak niet veel doen tenzij ze samenwerken met de overheid en andere (internationale) instellingen.

Collectief werk van jongeren over de hele wereld

Een heel andere setting voor jeugdklimaatactivisme is Qatar, waar Neeshad Shafi de Arab Youth Climate Movement (AYCM) oprichtte. De Golfstaten staan bekend om hun extravagante levensstijl en hun economieën die gebaseerd zijn op fossiele brandstoffen. Minder bekend is dat de lokale bedoeïenengemeenschappen vroeger diep verbonden waren met hun omgeving. De AYCM-Qatar heeft een missie om deze verbinding nieuw leven in te blazen. Door middel van een breed scala aan activiteiten, waaronder het opleiden van jonge “ambassadeurs” en het betrekken van imams, vergroten zij het bewustzijn van de lokale gemeenschappen over het belang van het milieu.

Neeshad was gemotiveerd om de organisatie op te richten toen hij zich realiseerde dat jongeren uit het Midden-Oosten helemaal niet zichtbaar zijn in de wereldwijde jongerenklimaatbeweging. ‘Het verhaal is dat jonge mensen uit het wereldwijde noorden de wereld gaan redden’, zegt Neeshad tijdens onze online talk. ‘Dat is onzin, het is een collectief werk van jonge mensen over de hele wereld. Iedereen moet erbij betrokken worden.’

‘De toewijding om klimaatverandering aan te pakken moeten van het hoogste niveau van de regering komen, maar er is ook een grote rol voor het maatschappelijk middenveld, met name jongeren, om onze leiders ter verantwoording te roepen. Ons doel is om jonge volwassenen op grassroots niveau in staat te stellen hun mening te geven over milieu- en ecologische kwesties in de regio. Niet vanuit het perspectief van de overheid, maar vanuit het perspectief van de gemeenschap.’

De AYCM nodigt sprekers uit van divers pluimage en niveau, activisten en VN-diplomaten, om te spreken in openbare bibliotheken waar iedereen toegang heeft. ‘We doen dat omdat dit soort evenementen voorheen enkel plaatsvonden op universiteiten of vanuit de overheid, waar het publiek geen toegang had. We willen dat iedereen leert en begrijpt dat het klimaat niet alleen iets is aan de polen, maar dat het ook onze regio beïnvloedt. We leiden jongeren op om het voortouw te nemen in deze discussies. En we leggen een verbinding tussen deze onderwerpen en hun dagelijks leven.’ De organisatie heeft goede relaties met de lokale autoriteiten, en is zelfs de enige geregistreerde jongerenorganisatie in het land. Het is duidelijk dat de overheid de waarde van haar werk erkent. AYCM werkt samen met verschillende ministeries, met de lokale Kamer van Koophandel, en werd gevraagd om Qatar te vertegenwoordigen in een aantal formele internationale jongerenconventies.

Stemmen versterken van jongeren in de MENA-regio

Jongeren voeren actief campagne om kennis en bewustzijn te vergroten. In Palestina, Irak en Qatar werken ze samen met lokale gemeenschappen en proberen ze hen voor te lichten over het belang van een gezond milieu, gezond voedsel en schoon water. Ze verbinden de lokale context met het nationale beleid en zoeken samenwerking met autoriteiten als dat hun zaak helpt. Of andersom, in het geval van Palestina, vieren ze de vrijheid en voldoening van het verbouwen van hun eigen voedsel.

Dit betekent dat Europese ngo’s en regeringen uitstekende partners ter plaatse hebben om te helpen bij de uitvoering van de mondiale groene agenda. Natuurlijk hebben jongeren soms behoefte aan vaardigheden en kennisontwikkeling, en daar is financiering en ondersteuning voor nodig. Europese partijen kunnen hierbij helpen. Ze kunnen ook overheidskanalen gebruiken om besluitvormers in de MENA-regio te beïnvloeden. Volgens Neeshad ‘[…] zijn Europeanen in een betere positie om onze leiders te bereiken dan wij, via handelsroutes en buitenlands beleid.’ Als donoren of regeringen steun willen geven, moeten ze de lokale context begrijpen, zegt Yara: ‘Europa helpt door meer bewust te worden van de situatie in Palestina – de bezetting en beperkingen – om de boeren die in de frontlinie staan ​​te ondersteunen. Het zou helpen als Europeanen hun beeld van Palestijnen en mensen in Arabische landen zouden veranderen.’

Bovenal is het van cruciaal belang dat deze jongeren worden erkend als hoofdrolspelers bij het bereiken van klimaatrechtvaardigheid en het vinden van duurzame oplossingen voor milieuproblemen. Europa kan hen ondersteunen door jongeren platforms te bieden om hun mening te geven, hun behoeften te uiten en samen te werken om oplossingen te vinden die deel uitmaken van lokale strategieën. Maha legt uit: ‘Het helpt enorm om activisten een platform te geven om hun stem te laten horen. Degenen een podium te geven die het werk ter plaatse doen. Het is misschien lastig om ze te bereiken, en taal kan een barrière zijn, maar het helpt enorm om ze te laten praten over de uitdagingen en wat ze willen doen.’

Hoewel de jeugdbeweging het meest zichtbaar is in het mondiale noorden, moeten we ook de meest kwetsbare mensen in het mondiale zuiden ondersteunen, waaronder het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het versterken van de stemmen van jongeren in de regio vormt daar een belangrijk onderdeel van.

Yara Dowani werkt voor de Om Sleiman Farm in Palestina. Dit landbouwbedrijf werd in 2016 opgericht als een nieuwe manier van verzet vanuit de gemeenschap, geworteld in het snijvlak van maatschappij, economie en ecologie. Het werkt met het model van gemeenschapslandbouw, waarbij gemeenschapsmiddelen worden gezocht om boeren te ondersteunen. De boerderij biedt ook een ruimte voor onderwijs en training over duurzame methodes in de landbouw en de bouw. Om Sleiman Farm is gevestigd in Bil’in, een dorp met een lange traditie van burgerverzet.

Maha Yassin, is junior onderzoeker bij het Planetary Security Initiative (PSI), bij Instituut Clingendael in Den Haag. Haar werk richt zich op het vergroten van het bewustzijn en het bevorderen van actie rond veiligheidsrisico’s gerelateerd aan klimaatverandering in de MENA-regio. Irak is PSI-focusland. Maha draagt ​​er bij aan dialooginitiatieven om lokale belanghebbenden te betrekken. Ze beheert ook de PSI-website en mediakanalen, die fungeren als een kenniscentrum over klimaatveiligheid, beleidsonderzoek en relevante evenementen.

Neeshad Shafi is milieuactivist en pleitbezorger voor sociale verandering. Hij heeft een master in energie- en milieutechnologie en is gevestigd in Doha, Qatar. Hij werd onderscheiden in ’the Apolitical’s List of the World’s 100 Most Influential People in Climate Policy 2019.’ Neeshad is oprichter en directeur van de Arab Youth Climate Movement Qatar.

Een opname van de online discussie vind je op ons YouTube-kanaal.

Sylva van Rosse is mede-oprichter van Het Grote Midden Oosten Platform. In haar werk maakt ze de Arabische wereld toegankelijk voor Europese actoren die willen werken aan een gedeelde toekomst.

Vanessa Lambrecht is expert en bestuurslid bij Het Grote Midden Oosten Platform. Zij is arabiste en heeft een grote interesse in hedendaagse ontwikkelingen in de regio.

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.