Miniserie Helawat al-Ruh: De schoonheid van de ziel (De afgeplakte mond zie je vaker in het Arabische drama als symbool van onderdrukking)

Syrisch televisiedrama: toonbeeld van creativiteit en symbool van hoop

Vóór de revolutie in 2011 vormde Syrisch televisie-entertainment een bloeiende bedrijfstak. Aanvankelijk daalde het aantal series dramatisch vanwege de oorlog, het geweld, de verwoestingen en de uittocht van belangrijke figuren uit de soap- en dramawereld. De komst van vrije kanalen leidde echter weer tot een exponentiele groei van nieuwe series. Maar niet alleen dat: hoewel de Syriërs over de hele wereld verspreid zijn, zorgen die series ervoor dat er online een hechte gemeenschap ontstaat, tegen alle verwachtingen in.
In haar recente boek ‘Mediating the uprising - Narratives of Gender and Marriage in Syrian Television’ doet onderzoekster Rebecca Joubin deze ontwikkeling uit de doeken. Een interview.

Het draait allemaal om liefdesverhalen. Joubin, die een leerstoel  Arabische studies aan het Davidson College in North Carolina bekleedt,  woonde vanaf  2002 in Syrië en richtte er een galerie op. Al-Jisr (De Brug) was een plek waar kunstenaars, musici en intellectuelen vrijelijk bijeenkwamen en discussieerden over cultuur en politiek. Joubin leidde de galerie samen met haar in 2008 overleden echtgenoot Monkith Sa‘id, ook in Nederland een bekend kunstenaar en beeldhouwer.

Na zijn overlijden pendelde Joubin tussen Syrië en de Verenigde Staten en voltooide haar onderzoek. Haar koffers zaten volgepropt met honderden DVD’s om alle miniseries (musalsalat) te kunnen volgen. Op het vliegveld werd haar altijd om uitleg gevraagd. Zodra ze aan de douaniers vertelde dat ze dol was op liefdesverhalen ontspon zich een geanimeerd gesprek over beroemde acteurs en favoriete dramaseries. Daarna kon ze zonder problemen doorlopen.

Rebecca Joubin

Televisiedrama biedt hoop en houdt Syrië en misschien wel het hele Midden Oosten bijeen. Eind december 2020 overleed Hatem Ali, een van de meest populaire dramaregisseurs in de Arabische wereld. Zijn dood bracht Syriërs van alle achtergronden, etniciteiten, kleur en maatschappelijke afkomst samen om te rouwen over dit grote Syrische én culturele verlies. ‘Dit is sinds 2011 niet voorgekomen,’ reageert soapschrijfster Araa Al Jaramani.

Geen wonder: iedereen kijkt en bespreekt de laatste series, er is discussie online, in koffiehuizen en tijdens bijeenkomsten van intellectuelen. Joubin analyseert niet alleen het erfgoed van het Syrische drama in tijden van catastrofe, maar nodigt lezers uit in gesprek te gaan over de urgentie van deze populaire kunstvorm. Drama biedt een menselijk perspectief in de oorlog, geeft diverse standpunten en stemmen weer en is het kloppende hart van de Arabische samenleving.

Politiek van liefde
Joubin onderzoekt de Syrische miniseries al vele jaren. Kijken naar series is een nationaal tijdverdrijf en een belangrijk ritueel gedurende de ramadan, met elke dag miljoenen kijkers. De makers van Syrisch drama zijn meesters in scenarioschrijven, regisseren, acteren, muziek en mise-en scène. Heel wat anders dan de oppervlakkige verhaallijnen van ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’. Zo zijn de miniseries uit het oude Damascus vooral populair omdat ze zich afspelen op echte historische plekken en verhalen vertellen uit voorbije tijden. De authenticiteit van deze series en de natuurlijke manier van filmen krijgen veel lof.

‘Vóór de opstanden werden deze series gezien als een metafoor die de Baath partij via de Franse Koloniale Mandaatsperiode op een indirecte manier zou bekritiseren,’ aldus Joubin.’ Toen de opstanden begonnen gaven mensen miniseries zoals Bab al-Hara (‘Kijk in de Wijk’) zelfs de schuld van het ontstaan ervan. Deze series waren in 2011 zo populair dat in heel  Damascus tissuedozen met Bab al-Hara te koop waren en toeristen en masse de nagebouwde filmset bezochten. In de loop der tijd veranderden de series van standpunt. Geen kritiek meer op de Baath-partij maar op westerse samenzweringen tegen Syrië. Toen de opstanden begonnen, was de reactie van mensen dat het allemaal kwam door Amerika, Israël, Frankrijk en Europa. De dialoog veranderde. De kritiek op het regime loopt nu via Westerse samenzweringen. De grootste zorg blijft het door oorlog verscheurde Syrië.’

Joubins onderzoek documenteert drama vanaf de jaren zestig. Haar eerdere boek ‘The Politics of Love’ is een weerslag van meer dan 250 miniseries, persverslagen, Facebookdiscussies en uitgebreide interviews met beroemde makers zoals de Vader van het Syrische Drama, Haitham Haqqi, maar ook anderen, zoals Mamduh Adwan, Najib Nseir, Inas Haqqi en Colette Bahna. Een uitgebreide groep schrijvers, regisseurs en acteurs deelde verhalen van de oudere generatie die inzicht geven in de geschiedenis van het Syrische televisiedrama.

Regisseur Haitham Haqqi (brildragend) op de set van de Zijden Markt, Khan al-Harir

Storytelling
Het is geen wonder dat Syrisch televisiedrama zo levendig is. Damascus heeft een eeuwenoude traditie van verhalen vertellen waar de verteller, de hakawati, zijn publiek betovert en meevoert. Een van de oudste verhalenhuizen in Damascus, Nawfura, bestaat al sinds de 17e  eeuw. In de orale traditie is drama het belangrijkste ingrediënt. Joubin ziet drama niet alleen als visuele literatuur, maar richt zich ook op het kunstzinnige aspect ervan.

Ze legt uit: ‘In drama komen alle kunstvormen samen, dat maakt het zo krachtig. Dat de Syriërs hier meesters in zijn is geen toeval. In de jaren zestig werden politieke partijen verbannen, waardoor veel activisten voor de televisie gingen werken. Veel scenario’s en scripts worden dan ook geschreven door romanschrijvers, dichters en journalisten die geschiedenis omzetten in kunst. Los van de artistieke waarde van de miniseries zijn ze er niet alleen op gericht mensen te vermaken, maar juist ook om officiële verhaallijnen te ontmantelen. De dramaseries vormen een arena waarin postkoloniale Syrische cultuur en artistiek talent tot uitdrukking komen in een strijd om visies op het verleden, het heden en de toekomst van Syrië.’

De relatie tussen dramamakers en het autoritaire regime is volgens haar complex. ‘In tegenstelling tot films vallen televisieproducties niet onder directe staatscontrole. Toch zijn veel particuliere productiebedrijven, grotere en kleinere, via een achterdeur verbonden met de staat. Het is algemeen bekend dat de dramaseries geld witwassen van corrupte ambtenaren. Het regime kiest doelbewust mensen uit met een dubieuze status om op die manier macht over hen uit te oefenen. Insiders weten dat veel productiebedrijven na de Arabische Lente werden opgeheven omdat zij hun geld overboekten naar buitenlandse rekeningen.’

Meesters in framing
Mensen vragen zich af hoe het mogelijk is dat de familie Assad nog steeds aan de macht is. Joubin:  ‘Zij beheerst de kunst van framen door angst te creëren, en door middel van verdeel-en-heers. Deze tactiek houdt de Assads in het zadel. Het begon onder Hafez- al-Assad, in zijn hoedanigheid van ‘verhalenverteller’. De staat gebruikt cultuur om legitimiteit te verwerven. Hafez beweerde een culturele revolutie te steunen om zo het vertrouwen van de intellectuelen te winnen. Zijn zoon Bashar ontmoet regelmatig kunstenaars, dwingt vriendschappen af en is nog actiever op dit vlak dan zijn vader.’

Een goed voorbeeld van framing is het woord ‘opstand’, zegt ze. ‘Gedurende de afgelopen tien jaar heeft het regime het woord ‘opstand’ consequent genegeerd en vervangen door het meer neutrale woord ‘crisis’, azmeh. De meerjarige sketchkomedie Schijnwerper, Buq‘at Daw’, bespotte dit in de aflevering: ‘De historicus van de crisis’. In deze korte sketch zien we Nasser Adib, een historicus in een smetteloos wit pak tijdens een interview op televisie. Hij legt uit dat het zijn plicht is om de ‘crisis’ te verslaan. Later wordt hij keer op keer opgewacht en onder druk gezet door agenten van de geheime dienst maar ook door zakenvrouwen en -mannen. Ieder dringt hem haar of zijn perspectief op de ‘crisis’ op. Als kijker voel je de spanningsopbouw, de constante dreiging en angst voor mishandeling. Als metafoor voor de verschillende frames krijgt de historicus telkens mappen in verschillende kleuren overhandigd, in groen, rood of blauw. De historicus raakt uiteindelijk verlamd door angst. Hij kiest voor de vrijheid van het leven als straatventer,  verkoopt snoep en loopt op twee verschillende slippers.’

Buq‘at Daw’, Schijnwerper, Ramadan 2017 Aflevering: De historicus van de crisis (gespeeld door Ayman Rida).

Olifant in de kamer
Wat is de samenhang tussen dramamakers en het regime? Is dit de olifant in de kamer?

‘Het fascineert me hoe het mogelijk is dat veel productiebedrijven indirect geaffilieerd zijn met het regime en tegelijkertijd toch in staat zijn om zeer kritisch werk te maken. De staat geeft ruimte voor harde kritiek en politieke scherts. Tegelijkertijd creëert diezelfde staat een relatie met de makers door het verlenen van privileges die het fundament van het politieke systeem veiligstellen en ervoor zorgen dat niemand te rijk kan worden. Denk aan cadeaus zoals huizen, auto’s of kleinere diensten zoals militaire vrijstellingen of de kans om je kinderen in het buitenland te laten studeren. Degenen die openlijk kritiek durven te uiten worden vaak gezien als heimelijke aanhangers van de regering.

‘Het is niet alleen een kwestie van cadeaus en privileges, het komt vooral door de onvoorspelbare tactiek van verdeel-en-heers. Het verlenen van gunsten aan de een maar niet aan anderen om dan op een onverwacht moment toe te slaan en de rekening te vereffenen. Dit creëert strijd tussen kunstenaars onderling en dat is precies de bedoeling. Het systeem van netwerken, patronage en coöptatie druppelt door in alle lagen van de samenleving. Drama is een van de branches waaruit blijkt hoe de infiltratie van corruptie werkt. Het fenomeen corruptie is overigens vaak onderwerp van de miniseries. Hierin zie je acteurs die proberen te overleven in wereld vol morele verdorvenheid, ongelijkheid en privileges.’

De bekende, inmiddels overleden scenarioschrijver Mamduh Adwan bevestigt dit spanningsveld. Hij beklaagde zich erover dat ‘intellectuelen worden gedwongen om te onderhandelen tussen hun behoefte aan veiligheid en het verlangen naar creatieve rebellie. Alleen door het afzwakken van een werk vindt een kunstenaar zelfregulering binnen de bureaucratische conventies van het regime.’

Grijs – Ramadi
Hoe werkt de Syrische geest als het gaat om kleur bekennen?

‘De kleur grijs, ramadi, verwijst naar mensen die neutraal zijn en weigeren om een politiek standpunt in te nemen. Ook deze kleur, dit gegeven, wordt door dramamakers vastgelegd. Drama schenkt je een stuk van de maatschappij, een stuk cultuur. Syrisch drama kan je niet in een categorie plaatsen. Scenarioschrijvers gaan op een verschillende manier met de druk om. Er zijn er die nostalgisch werk maken om de realiteit te vergeten. Sommigen geven het standpunt van de oppositie weer terwijl anderen verhalen maken over liefde of het huwelijk, zonder politiek statement. Er zijn regisseurs die veel verder gaan in hun kritiek, die metaforen en symbolen gebruiken om dingen aan de kaak te stellen. Het is makkelijker om kritisch te zijn wanneer je scenario’s schrijft in het buitenland. Filmregisseur Inas Haqqi maakt bijvoorbeeld een internetshow: Under 35. Dit is het eerste ongecensureerde Syrische platform dat jonge mensen de kans geeft om zich te uiten buiten de Syrische landsgrenzen. We kunnen niet generaliseren. Soms lukt het ook kritische series in Syrië te filmen maar het kan niet worden ontkend dat het moeilijker is fondsen te werven voor series die politiek kritisch zijn.’

Rode lijn en fluisterstrategie
‘Dramaseries lenen zich bij uitstek voor het versturen van indirecte boodschappen. Tegelijk heeft het regime een onzichtbare rode lijn getrokken. Niemand weet precies wanneer iemand daarover heen stapt en plotsklaps  in de kerkers van het regime ‘verdwijnt’. Dit maakt dat er weinig politiek-culturele artikelen over Syrisch drama in de media verschijnen. Hierdoor beweren mediaspecialisten buiten Syrië dat dramamakers deel uitmaken van de ‘fluisterstrategie’.  Het regime fluistert, intellectuelen praten erover, enzovoort. De verhalen van dramamakers zijn er volgens deze duiders vooral op gericht om een dragelijke dialoog met het Assad-regime te bewerkstelligen.’

De Syriërs zijn zich bewust van hun eigen demonen. Dit biedt een opening in de diepte van hun ziel.

Joubin is het met deze uitleg fundamenteel oneens. ‘Makers zijn beschouwend en zijn de eersten om te praten over de continue strijd tegen medeplichtigheid. Ze erkennen deze verleidingen. Vanuit westerse optiek moeten we vermijden om drama in categorieën te plaatsen, aangezien  iedere maker een andere manier heeft om met de huidige realiteit om te gaan. Waarom zouden we generaliseren en de autonomie van deze intellectuelen ter discussie stellen in een poging het regime in diskrediet te brengen?’Joubin richt haar aandacht liever op de makers zelf.

Woorden als zwaarden
‘Het regime heeft altijd geprobeerd om verdeeldheid te zaaien tussen intellectuelen, ook door het narratief van angst voor machtsovername door fundamentalisten. De makers die in Syrië zijn achtergebleven laten hun politieke mening niet altijd blijken. Sommigen menen dat de ware revolutie in de kunst zit, zonder directe politieke deelname. Er zijn kunstenaars die zich nooit ergens over hebben uitgesproken, en toch worden ze vermist, terwijl anderen kritische miniseries kunnen maken. In hun ogen zijn woorden als zwaarden, een manier om de moorden, vernietiging, spionage, corruptie en hypocrisie van het regime aan de orde te stellen. Een goed voorbeeld is de miniserie Helawat Al Ruh (‘De schoonheid van de ziel’),  van regisseur Rafi Wahbi. Hierin legt hij de belangrijke slogan vast die het begin van de vreedzame opstanden tegen het regime inluidde, de slogan die de Syriërs de hele wereld in stuurden. Wahed, wahed, al Sh‘ab al Suri Wahed: Een, een, het Syrische volk is een.’

Ontluchting – tanfis
Er zijn mensen die beweren dat politiek-ritische series zijn toegestaan vanwege tanfis, ‘ontluchting’. Volgens Joubin komt dit idee uit de Syrische cultuur zelf en is het niet uitgevonden door westerse academici. ‘Er gebeurt niets in de Syrische cultuur zonder dat het op een of andere manier terugkomt in drama. Er zijn heel wat series die de draak steken met het idee van tanfis: een metafoor waarin het regime dramamakers toestaat om kritiek te leveren zodat de druk op het systeem afneemt en een revolutie wordt voorkomen. Dit frame is inmiddels achterhaald met de komst van de revolutie en de vrije mediakanalen.’

Pan-Arabisch
Joubin signaleert een pan-Arabische ontwikkeling waarin de Syrische makers voorop lopen.
‘Syrische scenarioschrijvers zijn vaak toonaangevend in de dramawereld in het Midden-Oosten. Dit komt omdat ze in veel gevallen zowel kunnen schrijven als acteren en regisseren. De pan-Arabische ontwikkeling ontstaat vaak door de Syrische inventiviteit en manifesteert zich bijvoorbeeld in nieuwe series waarin acteurs uit verschillende Arabische landen voorkomen en ieder in hun eigen dialect spreken in een denkbeeldige wereld. Syrische acteurs spelen seizoenen lang in populaire Egyptische producties. Ook is er een bloeiende samenwerking en coproductie tussen Libanese en Syrische makers. De Libanezen brengen het geld in en de Syriërs geven hun kennis door, de onderlinge competitie groeit en de Libanezen maken meer en meer eigen werk. De Syrische makers zijn beroemd om hun vermogen remedies voor maatschappelijke kwalen te vinden en weten die te vertalen in excellent drama. Tussen de regels door lezen is een kunst die iedere Syriër verstaat.’

Al Nadam (Spijt, 2016, geschreven door Hassan Sami Yusuf, regie door Laith Hajjo)

Toekomst
Hoe zullen mensen over twintig jaar terugkijken op deze tijd ?

‘Voor de opstanden werden huwelijks- en liefdesmetaforen gebruikt om indirect kritiek te leveren op het regime. De onderwerpen die nu aan de orde komen zijn complexer, vanuit meer perspectieven. Neem de rol van de vader: hij is niet alleen financieel en ethisch hoeder van de familie, en beschermer van de maagdelijkheid van zijn dochters, maar ook iemand die emotioneel aanwezig is. Makers hopen over twintig jaar een idee te krijgen wat er vanuit verschillende invalshoeken is gebeurd. Sommige schrijvers zijn gericht op het behoud van erfgoed en het creëren van een collectief geheugen voor de toekomst. De soapseries bieden een vorm van zelfreflectie en een netwerk dat Syriërs over de hele wereld bijeen brengt.

‘Ik heb geleerd dat de series voor elk wat wils bieden. Dit schept weer een levendige gemeenschap. In het westen wordt de Syrische cultuur te vaak gegeneraliseerd, alsof zij monolithisch is. ‘Alle vrouwen worden onderdrukt.’ Als je met een veroordelend frame kijkt, mis je veel. De Syriërs zijn zich bewust van hun eigen demonen. Dit biedt een opening in de diepte van hun ziel. Ze vragen zich constant af: Wie zijn we? Wat is onze erfenis? De overlevingsstrategie onder makers getuigt van een enorme creativiteit die  haar vorm vindt in bloeiende kunst.’

Esseline van de Sande is sociaal-veranderkundige en essayiste, en woonde en werkte jaren in Damascus.

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.