Bagdad 1923 - Gertude Bell voorste rij
Kosmopolitisch, werkelijk?
“Er zijn vandaag de dag maar weinig Franse auteurs die zo’n kosmopolitische visie op de wereld verkondigen als Olivier Guez”, aldus de Franse krant Le Monde op de achterflap van het boek Mesopotamië.
Zo’n citaat, in combinatie met de titel van het boek, daar heb je me mee. Ik ben gefascineerd door het tweestromenland, nu Irak. Dat het onderwerp van het boek niet in de eerste plaats het land zelf is maar de Britse Gertrude Bell, dat vind ik nog steeds heel spannend. Naast de eeuwige Lawrence of Arabia blijkt ook een Britse vrouw een grote rol te hebben gespeeld in de geopolitieke vorming van de Arabische wereld. Vertel me meer!
Gertude Bell, geboren in 1868 in een welvarende familie, had een fascinerend leven. Ze studeerde, reisde, sprak Arabisch, was archeoloog en werkte voor de Britse regering. Ze was vooral erg verknocht aan wat toen nog Mesopotamië heette en woonde jarenlang in Basra en in Baghdad.
Het boek geeft een heel helder beeld van hoe de Britten naar het Midden-Oosten keken, en hoe ze het vormgaven nadat de Turks-Ottomaanse heersers verslagen waren, om de Britse (olie) belangen te beschermen. Het is bijzonder interessant (en bijzonder pijnlijk) om brieven en verslagen te lezen. “Guez oordeelt niet, hij vertelt,”staat ook op de achterflap. De verhalen en feiten spreken voor zich, Gertrude Bell was duidelijk een overtuigd onderdeel van een koloniaal systeem, en mede dankzij haar werd het land Irak gecreëerd, tegen de zin van de lokale bevolking in.
Noch het gebrek aan reflectie, noch het superioriteitsgevoel van Bell en de Britten, is wat me dwarszit als ik het boek uitheb. Wat me wél stoort is dat er in het hele verhaal geen Arabier, geen Koerd, geen lokale leider aan het woord komt. De schrijver lijkt zelf wel een koloniaal. De enige die een beetje als persoon wordt uitgewerkt, met een karakter en een mening, is de door Britten op de troon gehesen koning Faisal. Wat een gemis.
Gertrude Bell sprak Arabisch, ze had vele ontmoetingen met lokale familiehoofden, met religieuze leiders, en ik neem aan ook met haar buren, personeel, mensen op straat. Wat vertelden die haar? Hoe zagen ze het Britse gezag, en wat waren hun eigen wensen voor de toekomst?
Het doet met denken aan de kritiek op het boek L’étranger (De Vreemdeling) dat Albert Camus in 1942 schreef. In L’étranger komt een naamloze Arabier voor. Het maakt voor het verhaal niet uit wie of wat hij was. Hetzelfde gevoel krijg ik van Guez’s Mesopotamië. De bewoners van Irak doen er niet toe, en hetzelfde geldt voor de bewoners van Soedan, van Somalië, Egypte, Palestina en al die andere plekken waar de Britten hun ambtenaren en militairen heen sturen. Het is duidelijk dat dit een gegeven was voor Gertrude Bell en haar tijdgenoten, maar we leven nu in een heel andere tijd. Voor een werkelijk kosmopolitische visie zou het perspectief van de gekoloniseerde bevolkingen niet mogen ontbreken.

In 2014 publiceerde de Algerijnse schrijver Kamel Daoud het boek Meursault, contre-enquête. Het is een eerherstel voor ‘de Arabier’ in het boek van Camus. Ik kijk uit naar een eerherstel van de lokale volkeren die de revue passeren in Mesopotamië.
Op deze website vind je alvast een paar suggesties.
Deel dit bericht via



