Foto: Himesh Kumar Behera (via Unsplash)

Welke koers voor de Euro-Mediterrane samenwerking?

Twee dagen voor de verkiezingen voor het Europees Parlement gingen zeven kandidaat-Europarlementariërs met elkaar in debat. Wat zijn hun visies en prioriteiten voor de EuroMediterrane samenwerking? Quinten van de Wijdeven zat in de zaal en doet verslag.

Iedereen die regelmatig stukken leest over het Midden-Oosten herkent het beeld dat ‘migratie’ vaak de inhoud domineert. Het Grote Midden Oosten Platform wil dat beeld bijstellen en organiseerde in dat kader een debat over de toekomst van de EuroMediterrane samenwerking, samen met Maydan Association. Natuurlijk werd ook hier gesproken over migratie. Maar het debat ging verder dan dat.

Mare Nostrum

De middag wordt geopend door Abdelkader Benali, een man die de Middellandse Zee kent als geen ander. Hij brengt de thematiek van de middag op persoonlijke wijze onder woorden en warmt de zaal op krachtige wijze op voor een debat over het grote Midden Oosten.

In zijn verhaal combineert hij zijn persoonlijke levensverhaal met dat van bekende figuren als Johann Wolfgang von Goethe en Michel Houellebecq, met wie hij niet alleen de liefde voor romans deelt, maar ook die voor de Mediterranee. Zo maakten Goethe en Houellebecq beiden een Grand Tour langs de kustlijn van de oude Europese binnenzee.

Een binnenzee? Jazeker! De Romeinen noemden de zee niet voor niets Mare Nostrum: onze zee. Benali schetste op prachtige wijze het contrast tussen de manier waarop de Romeinen, Goethe en Houellebecq de Middellandse Zee bezien, en de realiteit van vandaag de dag. Waar de Mediterranee voorheen een natuurlijke grens was die werd gedeeld met de Afrikaanse en Aziatische zijde, is ze vandaag de dag praktisch toegeëigend door Europa. Voor Driss, Hajjar of Saloua behoort een Grand Tour allang niet meer tot de mogelijkheden. Streng Europees migratiebeleid, voortvloeiend uit de angst voor ‘vluchtelingenstromen’, heeft het begrip Mare Nostrum een nare bijklank gegeven.

In debat

Aan het debat nemen zeven kandidaten voor het Europees Parlement deel: Otto ter Haar (De Groenen), Chantal Hakbijl (CDA), Tineke Strik (GroenLinks), Sent Wierda (vandeRegio & Piratenpartij), Michael Pistecky (VVD), Samira Rafaela (D66) en Thijs Reuten (PvdA). Aan de hand van een drietal stellingen proberen zij zich van elkaar te onderscheiden. Dat blijkt aanvankelijk nog niet zo makkelijk: niet alleen is de materie erg specifiek, ook is vandaag duidelijk de laatste fase van een intensieve campagne.

Een schets van het debat, aan de hand van fragmenten uit het openingswoord van Abdelkader Benali.

Migratie

‘Het Middellandse Zeegebied heeft een imagoprobleem. Op vakantie gaan, ja, er zaken mee doen, liever niet. We bakken er graag in de zon, maar kijken weg wanneer er vluchtelingen aanspoelen. De crisis ontneemt ons het zicht op al die andere verhalen die er te vertellen zijn. […] Voor Marokkanen is Europa een fort geworden met een slotgracht in de vorm van een zee; maar voor de Spanjaarden aan de overkant is Marokko heel dichtbij en heel toegankelijk.’

Stelling: ‘Voor veilige landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika geldt: zonder migratieovereenkomsten geen ontwikkelingssamenwerking.’

Hoewel geen van de aanwezige politici deze stelling durft te onderschrijven, worden de verschillen op dit vlak wel duidelijk. Michael Pistecky (VVD) legt vooral de nadruk op de afname van migratie als gevolg van de Turkijedeal, terwijl Thijs Reuten (PvdA) pleit voor humanere formuleringen op het gebied van migratie. ‘De taal omtrent migratie is veel te negatief. De wens om op zoek te gaan naar een beter leven is juist legitiem.’

Chantal Hakbijl (CDA) maakt zich hard voor een integrale aanpak, waarin nadrukkelijk onderscheid wordt gemaakt tussen échte vluchtelingen en mensen die misbruik maken van het systeem. Pistecky is het hiermee eens, en voegt daaraan toe dat de mate waarin een migrant iets kan toevoegen zwaarder moet meewegen. Later krijgt hij het lastiger, als vanuit de zaal wordt gevraagd hoe hij een migratiedeal met Libië voor zich ziet. Uiteindelijk moet hij zich erbij neerleggen dat dit voorlopig niet tot de opties behoort.

Het pleidooi van Thijs Reuten voor een humaner perspectief op migratie lijkt grotendeels aan dovemansoren gericht. Uiteindelijk blijken alleen Reuten zelf, Otto ter Haar (Groenen) en Sent Wierda (vandeRegio & Piratenpartij) ontwikkelingssamenwerking daadwerkelijk los te willen zien van migratieovereenkomsten.

Nabuurschapsbeleid

‘De Arabische lente heeft de stem laten horen van een jonge assertieve generatie jongeren. De meerderheid van deze jongeren wil zijn land niet verlaten. Ze willen bijdragen aan hun leefgemeenschap.’

Stelling: ‘De EU moet in haar nabuurschapsbeleid partnerlanden actief aanspreken op thema’s als democratie, mensenrechten, rechtsstaat en het maatschappelijk middenveld.’

Voor Tineke Strik (GroenLinks) is dit geen issue: natuurlijk moeten we partnerlanden scherper aanspreken. Maar volgens Strik is ‘alles tegenwoordig ondergeschikt aan migratie’. Als voorbeeld noemt ze de mishandeling van migranten in sub-Sahara-Afrika, met kennis van de EU nota bene.

Samira Rafaela (D66) pleit voor een aanpak gebaseerd op ‘internationale solidariteit’. Zonder erg concreet te worden, legt ze uit dat dit moet gebeuren door onder meer kennisuitwisseling en ondersteuning van de civil society. Zelfs zonder toestemming van dictatoriale regimes. Ook moet de EU notoire mensenrechtenschenders sanctioneren.

Pistecky (VVD) grijpt dit moment aan om Rafaela op de vrouw af te vragen of ze vindt dat de EU sancties moet instellen tegen de Egyptische president Abdul Fatah al-Sisi. Het zorgt voor het nodige vuurwerk, waarbij Rafaela de wat agressieve benadering van Pistecky slechts met moeite kan pareren.

Economische samenwerking

‘Het is voor niemand vanzelfsprekend om zijn taal, cultuur en familie te verlaten om in den vreemde een nieuw bestaan op te bouwen. Uit deze jongeren zullen de leiders van morgen opstaan. Ze werken in kleine groepen aan start-ups.’

Stelling: ‘De EU moet meer investeren in onze buurlanden aan de andere kan van de Middellandse Zee: een regio vol (economische) kansen en potentieel.’

Ook op dit vlak blijken de verschillen tussen de partijen niet zozeer te liggen in de mate waarin ze de stelling onderschrijven, maar in de invulling daarvan. Tineke Strik stelt dat de manier waarop de Europese buitengrens de facto steeds meer opschuift richting het zuiden, economische samenwerkingsverbanden als ECOWAS (Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten) eerder belemmert dan helpt. Landen in het grote Midden-Oosten moeten volgens Strik ook de mogelijkheid krijgen om hun eigen economie te versterken.

Chantal Hakbijl en Otto ter Haar blijken op het vlak van economische samenwerking mijlenver uit elkaar te liggen. Waar Hakbijl het initiatief van investeringen aan de lidstaten wil laten, vindt Ter Haar juist dat het initiatief voor ontwikkelingssamenwerking volledig overgeheveld moet worden naar de Europese Unie.

Samira Rafaela sluit af met een optimistisch geluid. De aard van de samenwerking moet veranderen en als belangrijkste uitgangspunten gelijkwaardigheid en investeringen hebben, waardoor het welvaartniveau kan stijgen. ‘Wellicht kunnen we het Erasmus-programma uitbreiden naar partnerlanden, zodat jongeren uit de regio de kans krijgen zich in Europa te ontwikkelen’, aldus Rafaela.

Grand Tour

Het zal voor Driss, Hajjar en Saloua als muziek in de oren klinken. Wie weet ligt er voor hen toch nog een Grand Tour in het verschiet.

 

Quinten van de Wijdeven studeert internationale betrekkingen en schrijft over het Midden-Oosten op zijn website https://al-sham.nl.

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.