©Sayed Sheasha/Reuters/Alamy Stock

‘Het is een dilemma’: Klimaatactivisten over hun zorgen en verwachtingen voor COP27 in Egypte

Deze zondag zullen activisten, politici, beleidsmakers en journalisten van over de hele wereld afreizen naar Egypte om COP27 bij te wonen in het kustplaatsje Sharm el-Sheikh. Waar de internationale klimaattop de afgelopen jaren plaatsvond in Europese steden, heeft de zevenentwintigste COP een Noord-Afrikaanse stad als locatie. Een welkome afwisseling die hoopvol stemt dat dit jaar de klimaatprioriteiten van het Mondiale Zuiden (Global South), zoals adaptatie, nadrukkelijker aan de orde zullen komen.

Tegelijkertijd plaatsen activisten vraagtekens bij Egypte als gastland, vanwege de hardhandige repressie en strikte inperking van vrijheid van meningsuiting onder president Abdel Fatah al-Sisi. De Amerikaanse NGO Freedom House, die jaarlijks de vrijheden van burgers wereldwijd meet, bestempelde het land in haar laatste rapport als “onvrij”, zowel wat betreft politieke rechten als burgerlijke vrijheden.

Het Grote Midden Oosten Platform interviewde drie jonge klimaatactivisten uit de MENA (Midden-Oosten en Noord-Afrika), die dit jaar de klimaattop zullen bijwonen, over hun verwachtingen en zorgen voor COP27. We spraken met Insaf Abdelmoula, junior klimaatonderhandelaar voor Tunesië; Neeshad Shafi, oprichter van een jeugdbeweging voor klimaatactivisme in Qatar; en Rawe Kefi, kilmaatactivist voor UNICEF in Tunesië.

Insaf Abdelmoula

Een Afrikaanse COP

De drie activisten zijn het erover eens dat de locatie van COP27 een uitgelezen kans is om hun interpretatie van het concept klimaatrechtvaardigheid onder de aandacht te brengen. “Ik denk dat dit het juiste moment is voor MENA-landen om samen te komen en hun verliezen en schade op tafel te leggen,” betoogt Neeshad. “Het is een belangrijke impuls voor regionale kilmaatactie.” Insaf onderschrijft dit: “Het is geweldig dat dit een Afrikaanse COP is,” zegt ze. “Dat betekent dat de nadruk meer zal liggen op thema’s als adaptatie en klimaatfinanciering.”

Met klimaatfinanciering doelt Insaf op de financiering die volgens de Verenigde Naties o.a. als doel heeft: “het verminderen van de kwetsbaarheid en het behouden en vergroten van de veerkracht van menselijke en ecologische systemen tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering.” Twaalf jaar geleden, tijdens de COP in Kopenhagen, beloofden rijke landen om vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar naar minder welvarende landen te sluizen om hen bij te staan in klimaatadaptatie. Deze belofte zijn de landen niet nagekomen. In 2020 werd slechts zo’n 83,3 miljard dollar aan klimaatfinanciering gemobiliseerd door welvarende landen.

Insaf zegt daarover: “Dat is laag. Het is nauwelijks genoeg voor één land om weerbaar te worden tegen klimaatverandering en dan moet je je bedenken dat dit een fonds is dat voor alle landen (in het Mondiale Zuiden red.) is bedoeld.” COP27 is voor de activisten een perfect moment om deze gebroken belofte onder de aandacht te brengen.

Historische verantwoordelijkheid

Ook Rawe benadrukt de historische verantwoordelijkheid die het Mondiale Noorden heeft tegenover het Mondiale Zuiden wat betreft klimaatrechtvaardigheid. “De CO2-uitstoot van Afrika vertegenwoordigt maar een klein percentage in vergelijking met de uitstoot van Europese landen, de Verenigde Staten en zelfs China (de uitstoot van Afrika bedraagt zo’n 3,8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot red.). Dus, logischerwijs zou de focus hier moeten liggen op adaptatie,” redeneert Rawe. “Oké, we zijn allemaal verantwoordelijk, maar de verantwoordelijkheid is in feite gedifferentieerd. De ontwikkelde landen hebben een historische verantwoordelijkheid en die moeten ze ook nemen.”

Rawe stelt dat soevereiniteit centraal zou moeten staan in de aanpak van klimaatverandering in het Mondiale Zuiden. Klimaatfinanciering moet volgens haar niet een nieuwe manier zijn om bestaande neokoloniale machtsstructuren te bekrachtigen. De nadruk moet liggen op onafhankelijkheid. Ze stelt: “Wat ik nu zie is dat het narratief van klimaatverandering wordt ingezet om de afhankelijkheid (van het Mondiale Zuiden red.) te vergroten. Ik denk dat dit proces ook pogingen tot samenwerkingen binnen het Mondiale Zuiden verhindert, tussen Afrikaanse landen of op regionaal niveau. Het belet een land als Tunesië om richting Afrika te kijken voor investeringen. In plaats daarvan kijk het naar de Europese Unie.”

Neeshad Shafi

Verboden klimaatmars

Ondanks hun opgetogenheid over het feit dat COP27 in de MENA plaatsvindt, zijn de drie activisten kritisch over Egypte als gastland van COP27. Ze zijn bezorgd over de hardhandige repressie van oppositie onder het regime van president Abdel Fatah al-Sisi. “Ik weet niet zeker of Egypte de ideale plek is om te strijden voor klimaatrechtvaardigheid,” vraagt Rawe zich af. Ook Insaf maakt zich zorgen: “Ik heb zeker mijn bedenkingen dat het in Egypte is, gezien de politieke situatie,” stelt ze. “Ze hebben vorig jaar al aangekondigd dat er dit jaar geen klimaatmars zal zijn. Ik bedoel, dat is belachelijk, het is een traditie.”

Ook Rawe beklaagt zich over het verbieden van de jaarlijkse demonstratie: “Bij elke COP is er een demonstratie, een mooie demonstratie met activisten van over de hele wereld. Ik heb deelgenomen aan de demonstratie in Glasgow. Het was prachtig, veel kleuren en muziek,” vertelt ze. “Dit jaar is dit evenement verboden. Het voorwendsel is: Sharm el-Sheikh is hiervoor te klein. Dit kan de COP zijn gebruikelijke charme ontnemen.”

Propaganda

Het verbieden van de jaarlijkse demonstratie vloeit voort uit de autoritaire regeerstijl van president al-Sisi. Diens regime is berucht om zijn hardhandige onderdrukking van politieke oppositie, strikte inperking van vrijheid van meningsuiting en mensenrechtenschendingen. Onlangs rangschikte Reporters Without Borders het land op plaats 168 van de 180 gerangschikte landen, op basis van persvrijheid. Dat is net boven Noord-Korea, maar lager dan landen als Qatar, Rusland, Saudi-Arabië en Wit-Rusland. In Egypte hangt activisten, journalisten en politici die de politieke lijn van al-Sisi tegenspreken vervolging boven het hoofd, ook wat klimaatkwesties betreft. Egypte telt minstens 60.000 politieke gevangen.

Insaf verwacht dat al-Sisi COP27 zal inzetten als propaganda. “Al-Sisi zal COP gebruiken om zijn imago te verfraaien en zichzelf progressief te laten lijken,” zegt ze. De locatie Sharm el-Sheikh, een toeristisch kustplaatsje, draagt daar in haar optiek aan bij: “De locatie van COP is ook strategisch, in een toeristisch gebied. Het is propaganda om een ​​internationale conferentie organiseren in een toeristische omgeving. Dan zien mensen niet wat er werkelijk gaande is in Egypte, ze zien dat alles toeristisch en perfect is.”

Rawe concludeert over de keuze voor Egypte als gastland voor COP: “Het is politiek, het gaat vooral over macht. Soms heb je het gevoel dat het over alles gaat, behalve over klimaatrechtvaardigheid of mensenlevens.”

Rawe Kefi

Dilemma

Toch hebben de activisten besloten COP27 wel bij te wonen en de klimaattop niet te boycotten. Ze vinden dat de baten van COP uiteindelijk opwegen tegen de kosten. “Het is een dilemma,” stelt Rawe. “Ik ben me ervan bewust dat COP geen grote dingen gaat veranderen, omdat het vooral om macht draait. Maar toch moeten we er zijn. Want er is geen alternatief.” Neeshad schaart zich achter deze redenering: “Ik ben altijd hoopvol voor COP, maar wat we tot nu toe op COP hebben bereikt is heel beperkt.”

De activisten benadrukken dat COP voor hen een kans is om hun stem te laten horen. Insaf vertelt: “Voor mij is het van belang om te begrijpen wat er besproken wordt, om het te kunnen beoordelen. Deze conferenties creëren een kans om te lobbyen met politici, ministers en regeringsvertegenwoordigers.” Rawe vult aan: “Ik voel veel verantwoordelijkheid. Als je stil blijft, gaan de beslissingen aan je voorbij. (…) Ik weet dat het min of meer nutteloos is, maar toch moet je erbij zijn.”

Groeiend klimaatactivisme

Bovendien zijn de klimaatactivisten unaniem optimistisch over de groeiende klimaatbeweging in de MENA, die volgens hen hoofdzakelijk aangevoerd wordt door jongeren. Insaf betoogt: “Ik ben heel blij dat de klimaatbeweging groeit. Als je een paar jaar geleden vergelijkt met nu, zie je een enorm verschil. Het klimaatactivisme nu is dieper geworteld, serieuzer.” Ook Neeshad is hoopvol: “Arabische jongeren zijn beter opgeleid dan ooit,” zegt hij. “Er zijn nauwelijks mensen die niet in klimaatverandering geloven. Arabische jongeren moeten vooroplopen bij het eisen van klimaatactie. (…) Vier jaar geleden beschouwde men klimaatverandering niet als iets waar je je zorgen om moest maken. Nu is het anders. Nu zeggen mensen: ‘Yallah! Laten we aan de slag gaan om klimaatverandering tegen te gaan!’”

Geerke studeerde Culturele Antropologie en Arabisch, in Utrecht, Caïro en Tunis. Ze rondde onlangs de master Conflict Studies & Human Rights af, met een focus op democratie en populisme in de MENA.

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.