Een humaniserend archief: de Palestine Cinema movie database

Veel ellende, veel heroïek, veel verplichte politieke traktaten: films van en over Palestijnen waren ooit pamfletten die naar de bekende weg vroegen. Die tijd is voorbij. Het aanbod omvat tegenwoordig science fiction, satire en sociaal drama. Zodoende zijn de Palestijnen als een herkenbare groep mensen komen bovendrijven. Een nieuwe, gebruiksvriendelijke online database maakt al deze rijkdom nu voor iedereen direct toegankelijk

‘Een treurig stuk geschiedenis dat nog altijd wordt voortgezet, bezien in klassenverhoudingen.’ Zo omschrijft de website van het Nederlands filmfestival enigszins drukkend de documentaire ‘De Palestijnen’ van Johan van der Keuken uit 1975. Het was zeer waarschijnlijk de eerste film die het Nederlandse publiek te zien kreeg over het volk dat moest wijken voor de in die dagen nog vrijwel unaniem bewierookte staat Israël.

En wat kreeg dat Nederlandse publiek te zien? Oude mannen, het hoofd omwikkeld door een keffiyeh, die in het schemerduister van hun armoedige woningen op toonloze wijze verhaalden hoe zij ooit van huis en haard werden verdreven.

Vrouwen weeklagend tussen het puin van hun zojuist door de Israëlische luchtmacht vernietigde huis in een vluchtelingenkamp in Libanon, waar de documentaire werd geschoten. Onverschrokken fedayien  (‘zij die zich opofferen’) die vanuit zuid-Libanon Israëlische posities bestookten.

Kortom: veel ellende, veel heroïek, inmiddels al te vertrouwd, met daartussen vrijwel niets anders dan verantwoorde traktaten over de diepe maatschappelijke ongelijkheid tussen de door ‘rechtse’ christenen gedomineerde Libanese elite enerzijds en de ‘linkse’ moslims en Palestijnen anderzijds. Aangenaam voor wie al was bekeerd, en ook goed opgenomen en integer gedocumenteerd, maar het valt toch te betwijfelen of de film veel nieuwe bekeerlingen wierf, omdat de neutrale kijker weinig te weten kwam over wie die Palestijnen nu werkelijk waren.

Indringend portret, gesneden uit de documentaire 'De Palestijnen' van Johan van der Keuken (1975)

Nemen we een sprong van veertig jaar in de tijd en belanden we, zondag 8 maart 2015, op het Arab Women’s Festival in Den Haag, dat een dag had ingeruimd voor Palestijnse films. De programmeurs, de Cinema Palestina Werkgroep, kozen niet voor een geijkte politieke invalshoek, maar voor, onder andere … science fiction! En wel in de vorm van Nation Estate, een korte film van de Palestijnse Larissa Sansour waarin Palestina als futuristische wolkenkrabber wordt voorgesteld, met op elke verdieping een complete Palestijnse stad. We volgen een zwangere vrouw op haar bevreemdende tocht tot aan de bovenste verdieping van het hemelhoog reikende mythische bouwsel, waar ze uiteindelijk wordt getrakteerd op een panorama van Jeruzalem, terwijl ze haar buik voorzichtig vasthoudt.

De film is al na negen minuten afgelopen, maar de symboliek is even oorspronkelijk als ontroerend als wonderschoon.

Het is tekenend voor de ontwikkeling, in vorm en thematiek, van de cinematografie met betrekking tot Palestina sinds ‘De Palestijnen’ van Johan van der Keuken. Het is of in de tussenliggende periode de humaniteit van die Palestijnen is ontdekt. Of ze als een herkenbare groep mensen met herkenbare eigenschappen en verlangens zijn komen bovendrijven.

De twee overige films op die Palestijnse filmdag getuigen daar ook van. In het diverse malen bekroonde Three times divorced van de vrouwelijke regisseur Ibtisam Mara’ana volgen we een vrouw uit Gaza die wordt uitgehuwelijkt aan een Palestijn met het Israelische staatsburgerschap. Als hij haar verstoot, staat zij met lege handen: haar kinderen en haar bezit zijn van haar afgenomen, zelfs een staatsburgerschap heeft ze niet. Ze laat het er niet bij zitten, gaat het gevecht aan bij de rechtbank om haar oude leven terug te krijgen.

De film is eerder een sociaal dan een politiek drama maar laat toch pijnlijk zien wat het kan betekenen om een Palestijnse vrouw te zijn.

Het wat conventionelere ‘Le fils de l’autre’ tenslotte, gaat over een verwisseling van twee jongens op jonge leeftijd. Als adolescent komt de joods-Israelische jongen erachter dat hij eigenlijk Palestijn is en vice versa. Een killer scenario natuurlijk, maar niet zonder verdiensten, ook al is het ver afgedreven van het strenge maar ook wat kale ethos van vluchtelingen en fedayien.

In tegenstelling tot de organisatoren van de Palestijnse Filmdag in Hilversum, die tot en met 2016 vijf jaarlijkse edities beleefde, zou de Cinema Palestina Werkgroep nooit meer tot filmvertoningen komen. De organisatie van die ene dag in Den Haag was voor twee mensen al te uitputtend gebleken. Dit betekende niet dat de activiteiten tot stilstand kwamen. Achter de schermen werd gewerkt aan een duurzaam en waardevol project dat al in 2013 van start was gegaan: het archiveren op een eenvoudig excel-bestand van zo veel mogelijk films over en uit Palestina.

Wat initiatiefneemster Margot Heijnsbroek voor ogen stond? Het stimuleren van de vertoning van Palestijnse films, en wel in breedste zin. Waarbij het nadrukkelijk de bedoeling was om een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Dus geen preken voor eigen parochie met louter materiaal in de geest van Johan van der Keuken, maar films die meer herkenbaarheid boden.

‘Film is een medium dat zich bij uitstek leent voor het populariseren van moeilijke thema’s,’ zegt ze. En dus bevat het archief veel films die geen strikt politieke lading hebben, maar de Palestijnen in al hun menselijkheid tonen. ‘Als je laat zien dat Palestijnen gewone mensen zijn,’- even kan Heijnsbroek een schaterlach niet onderdrukken – ‘maak je het voor Nederlanders makkelijker zich met hen te identificeren. Met films kun je ook illustreren wat onderdrukking met mensen doet in het dagelijks leven. Aanbod genoeg: de cinematografie van en over Palestijnen was aanvankelijk heel activistisch, maar vanaf de jaren tachtig zie je steeds meer films die aandacht besteden aan het gewone Palestijnse leven tegen de achtergrond van het verzet.’

Heijnsbroek vulde het bestand aan met wat zij op basis van speurtochten op het internet en het volgen van filmfestivals aan nieuwe titels vond, en stuurde een en ander naar omroepen en festivals als Movies that Matter en het Internationaal Filmfestival Rotterdam.

Dat had weinig resultaat. ‘Met name grote filmfestivals, die hun eigen netwerken hebben, zaten niet op mij te wachten. Ik kwam er niet tussen.’

Uiteindelijk besloot ze het bestand, dat tot dan alleen op de site van het Nederlands Palestina Komité en die van haar en haar man Frans Brons te zien was, te laten ombouwen tot een aantrekkelijke website. Zo ontstond in september The Palestine Cinema movie database, een onberispelijk vormgegeven, voor iedereen toegankelijke Engelstalige website, compleet met nieuwsrubriek en een uitgebreide About us, en met om en nabij de 1050 titels: documentaires (de hoofdmoot), speelfilms, zowel kort als avondvullend.

Elke titel gaat vergezeld van een vignet met de naam van de regisseur, de duur van de film, het jaar van uitkomen, een samenvatting van de inhoud, en een link naar een trailer en soms zelfs naar de hele film.

De zoekfunctie, die in het Excel-bestand natuurlijk uiterst beperkt was, kent nu veel meer opties: van simpel trefwoord, tot titel, tot samenvatting, tot naam van de regisseur, tot land.

Is dat land dan niet altijd Palestina? Nee, het gaat immers niet zozeer om films uit Palestina, maar over Palestina, en dus zijn lang niet alle regisseurs Palestijns – denk aan Johan van der Keuken, wiens ‘De Palestijnen’ uiteraard niet ontbreekt. Opvallend is het vrij grote aandeel Joods-Israëlische regisseurs. Hun werk gaat niet in alle gevallen direct over Palestijnen, maar over zaken die hen wel zeer sterk raken, zoals het geruchtmakende The Lab van Yotam Feldman, over hoe de Strook van Gaza en de Westelijke Jordaanoever als testgebied zijn gaan dienen voor wat de Israëlische wapenindustrie allemaal aan gruwelijke innovaties biedt. Of The Gatekeepers, een documentaire over de Israëlische binnenlandse inlichtingendienst Shin Bet, vanuit het perspectief van zes voormalige hoofden. Het feit dat ze er niet meer werken geeft ze de ruimte openhartig te zijn, en dat leidt tot een aantal grimmige bekentenissen.

De benadering is, zoals gezegd, breed: elke film die iets verduidelijkt over de situatie van de Palestijnen komt in aanmerking voor selectie. Maar er zijn natuurlijk grenzen. ‘We zijn niet neutraal, dat mag duidelijk zijn,’ zegt Margot Heijnsboek. ‘We nemen geen films op waarin Israël als slachtoffer van het conflict wordt afgeschilderd, omdat dit volgens ons een valse voorstelling van zaken is.’

Margot Heijnsbroek en Frans Brons

Echtgenoot Frans Brons plaatst een kanttekening: ‘Wat niet betekent dat er geen Israëlische slachtoffers zijn. Dus kan een documentaire over family circles, waarin familieleden van zowel Palestijnse als Israëlische slachtoffers van het conflict samenkomen, wél.’

Het is soms lastig om precies af te bakenen wat wel en geen plekje verdient in de database. Een film over kolonisten in Hebron, die simpelweg laat zien hoe ze zijn, is zinvol, en misschien ook wel veilig, omdat het gaat om mensen met zulke extreme opvattingen dat ze zeer waarschijnlijk niet op veel sympathie kunnen rekenen buiten hun eigen kring.

De documentaire Censored Voices, waarin een groep kibbutzim onder leiding van de beroemde auteur Amos Oz een aantal soldaten een week na de junioorlog ondervraagt is misschien op het randje, omdat de Israëlische invalshoek hier wel heel dominant is. Hoe dan ook gaat het niet uitsluitend om het Palestijnse perspectief, maar soms ook om het Israëlische en zelfs Britse perspectief, want ook BBC-beelden uit de jaren dertig hebben informatieve waarde, en ontbreken dus niet.

Weet de database al meer aandacht te genereren dan het excel-bestand? Het is misschien nog te vroeg om dat vast te stellen, maar de site wordt redelijk goed bezocht. Er is in ieder geval sprake van meer dynamiek. Ongetwijfeld zullen regisseurs en producenten happiger zijn op vermelding in een mooi vormgegeven database dan op een kaal excelletje, en dus is er kans op organische groei. Al was het maar omdat het Palestijnse filmwezen zowel op facilitair als artistiek gebied in de lift lijkt te zitten.

Het mandaatgebied Palestina kon in de eerste helft van de vorige eeuw bogen op een opmerkelijk rijk bioscoopaanbod, maar in de Palestijnse bezette gebieden was er jarenlang amper gelegenheid naar de film te gaan. Een door een idealistische Duitser in Jenin gebouwde bioscoop kwam door allerlei lokale strubbelingen en wrijvingen nooit echt van de grond en werd eind 2016 gesloopt. Het Al-Assi theater in Nabloes, dat in de jaren vijftig zijn deuren opende, moest sluiten tijdens de Eerste Intifada (1987-1993), kwam daarna weer tot leven, maar ging gedurende de Tweede Intifada (2000-ca. 2005) definitief dicht. Drie jaar geleden ging het gebouw tegen de grond. In Ramallah, de officieuze hoofdstad van de Westelijke Jordaanoever, vertoonde alleen het Al-Kasabah-theater lange tijd films. Maar zes jaar geleden ging de Palestine Tower Cinemas open, de eerste Palestijnse multiplex met zes zalen, surround sound en 3D, en schoot het filmaanbod daarmee in één keer omhoog.

Cinema Jenin, dat geen lang leven was beschoren

Op artistiek gebied is er ook veel vooruitgang geboekt. Larissa Sansour, regisseur van het eerder genoemde, futuristische Nation Estate, trok ook de aandacht met het heel raadselachtige maar visueel adembenemende In the future they ate from the finest porcelain. Er is Hany Abu-Assad, de Nederlands-Palestijnse regisseur wiens Paradise Now – over twee Palestijnse jongens die een zelfmoordaanslag in Israël voorbereiden – in 2006 voor een Oscar werd genomineerd. Er is Elia Suleiman, wiens innovatieve en door ironische humor gekenmerkte oeuvre ruim een kwart eeuw omspant en hem een aantal prijzen heeft opgeleverd.

De Palestijnse cinema is, met andere woorden, divers in zijn genres, gelaagd in zijn thematiek, en de laatste jaren zelfs niet gespeend van zelfspot, zoals blijkt uit het tragikomische The Wanted 18, dat het waargebeurde verhaal vertelt van een Palestijns dorp dat achttien melkkoeien koopt, die vervolgens door de Israëlische autoriteiten tot staatsgevaarlijk worden bestempeld.

Helaas ligt de Nederlandse publieke opinie nog steeds niet erg wakker van de Palestijnen. ‘Maar de sympathie voor de Palestijnse zaak is toch wel duidelijk toegenomen,’ zegt Margot Heijnsbroek. ‘Je merkt het aan het feit dat er meer Palestijnse films worden vertoond dan vroeger. En die films kunnen dan weer tot meer nóg meer sympathie  leiden.’

Dat riekt naar een win-win-situatie waarin de Palestine Cinema movie database voorbestemd is een belangrijke rol te spelen.

Ga nu dus naar: www.palestinecinema.com

Hulp bij het up-to-date houden van de database is welkom. Belangstelling? Meld u zich dan aan via het contactformulier op de website.

Dit artikel verscheen eerder in Soemoed, jaargang 48, nummer 6. 

Carl Stellweg is journalist, schrijver en vertaler, en mede-oprichter van Het Grote Midden Oosten Platform.

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.