Ode aan Ibn Arabi, de reiziger: Recensie Ibn Arabi’s Small Death door Mohamed Hasan Alwan

Er zijn van die boeken die je meevoeren naar een andere wereld die je heel graag met eigen ogen had gezien. Al lezend ga je het jammer vinden dat je niet in die tijd bent geboren en niet zo’n leven hebt kunnen leiden. Zo’n boek is Ibn Arabi’s Small Death, de historische roman van Mohamad Hasan Alwan waarin de soefi-mysticus Ibn Arabi zelf zijn levensverhaal vertelt.

Onlangs bezocht ik in Damascus het mausoleum van deze mysticus met daarnaast de Ottomaanse moskee die midden tussen de kramen van de Salehiyye markt liggen. Ik bestudeerde ooit de soefi-spiritualiteit en heb sympathie voor deze stroming binnen de islam, die minder wettisch is, minder dogmatisch en meer gericht op een persoonlijke relatie met God op basis van spirituele oefening, studie en aanbidding. Daarom was ik extra benieuwd naar deze historische roman.

Mohamed Hassan Alwan, auteur van de historische roman over Ibn Arabi.

Reislust

Veel van de geschriften van Ibn Arabi (1165-1240) zijn overgeleverd. Hij staat bekend als een groot geleerde, maar zijn persoonlijke levensloop moet uit verschillende bronnen gedestilleerd worden. Daarom kon de Saoedische schrijver Mohamad Hasan Alwan in deze roman naast historisch onderzoek ook zijn verbeelding inzetten. In een interview verklaart Alwan gefascineerd te zijn door Ibn Arabi vanwege zijn reislust: “Deze soefimysticus werd nooit gedwongen te reizen om politieke of economische redenen. Hij hield ervan nieuwe plaatsen te ontdekken. Hij reisde door de hele Arabische wereld en vestigde zich voor een paar jaar in allerlei steden om daarna weer verder te trekken. Hij had te maken met vier verschillende rijken, leiders en regels en hij heeft ongelooflijk veel gezien. In deze roman kon ik in zijn hoofd kruipen en zijn herinneringen tot leven brengen.”

Dagelijks leven

Deze historische roman geeft een inkijkje in het grote, welvarende Arabische rijk van de twaalfde eeuw dat zich uitstrekte van het zuiden van Spanje, via het noorden van Afrika, naar de Levant en het Arabisch schiereiland. Ook al zijn er onderlinge rivaliteiten en is er verschil in welvaart, toch treffen Ibn Arabi en zijn gevolg in dit enorme gebied in elke stad een serail aan om te overnachten, een moskee om te bidden, een soek om inkopen te doen, talrijke ambachtelijk gemaakte goederen om een huis in te richten of een reis voor te bereiden en prachtige producten die worden vervoerd via handelsroutes van oost naar west.

Op hun reizen hoeven ze niet langs douanes, er zijn geen visa, paspoorten of verblijfsvergunningen nodig. Soms moet er geld worden gewisseld, soms verschillen de talen of het accent maar het dagelijks leven in al die steden is niet wezenlijk anders. In sommige steden blijft de mysticus een paar weken, in andere een paar jaar. Ibn Arabi kan overal werken in de moskeeën en khandaqs (verblijfplaatsen) van de soefi’s want overal melden zich leerlingen om door hem te worden onderwezen. Tussendoor schrijft hij boeken en bestudeert en bespreekt hij heilige geschriften. Aan de hoven van de kalief of de sultan waar hij regelmatig verkeert, is naast productie en studie van heilige geschriften, aandacht voor filosofie en recht, voor bouwprojecten en militaire strategie.

Mysticus

Ibn Arabi is een mysticus en dat betekent dat hij nogal eens in beslag wordt genomen door spirituele retraites -soms op een kerkhof-, openbaringen, visioenen, spirituele oefeningen zoals de dhikr (aanbidding), fikse huilbuien en extatische zang en dans. Maar hij is ook een man van de wereld die hevig verliefd kan worden op een vrouw, -hij trouwt vier keer-, zich kan ergeren als een van zijn vrouwen te passief is en teveel aankomt, als zijn kinderen te druk zijn of zijn leerlingen de kantjes eraf lopen. Hij heeft af en toe geldzorgen en lichamelijke kwalen en eindigt uiteindelijk arm en verguisd in Damascus. Opvallend zijn de hechte vriendschappen met zijn bedienden en trouwe volgelingen die overal met hem mee reizen. Zij zorgen voor de meester maar de meester zorgt indien nodig ook voor hen.

Soefisme

Zijn hele leven is Ibn Arabi op zoek naar zijn ‘pilaren’, de leermeesters die hem zullen begeleiden op zijn spirituele pad om wali (heilige man) te worden. Maar die pilaren moeten zich openbaren en dat gebeurt pas als je een rein hart hebt. Dit zoeken/wachten maakt hem vaak wanhopig. Hij wil dan weer op reis om elders nieuwe leermeesters te ontmoeten. Wat een leven: een paar jaar in Sevilla, dan weer in Marrakesh, een wat langere periode in Mekka, vervolgens naar Damascus, een tijdje in Bagdad om dan weer te vertrekken naar Turkije. In Konya zou hij ook de beroemde soefidichter Rumi hebben ontmoet en onderwezen.

Alleen zijn laatste jaren in Damascus krijgt hij het zwaar omdat er steeds meer kritiek komt op de aanhangers van het soefisme. Een belangrijk twistpunt: de soefi’s zouden Allah niet zien als transcendent maar als immanent, niet alleen de god van de moslims maar een goddelijke oorsprong in alle mensen. De ruimte voor zo’n visie neemt af tijdens Ibn Arabi’s leven. Schrijver Alwan vertelt in eerder genoemd interview zelf geen soefi te zijn en te weten dat soefi’s altijd controversieel zijn geweest in de traditie van de islam. Voor sommigen zijn het de ware gelovigen, voor anderen eerder ketters. Volgens de schrijver kunnen soefigeleerden een brug slaan tussen islam en andere geloven zoals christendom, tussen Mohammed en Jezus, omdat ze de eenheid van aanbidding benadrukken.

Manuscripten

Een mooie vondst in het boek zijn de hoofdstukken aan het eind van elk deel waarin we de handschriften van Ibn Arabi volgen door de wereld en de tijd. Het wordt opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar zulke handschriften zijn en hoe bijzonder het is als ze bewaard blijven ondanks oorlog, brand, diefstal en verval. Een mooi hoofdstuk speelt zich af in Samarkand in 1401, een stad die op dat moment grote bloei doormaakt, waar de papiermolens draaien om riemen papier af te leveren bij de soefischool zodat leerlingen de manuscripten van Ibn Arabi, die op het punt staan te vergaan, kunnen overschrijven.

De reis van het manuscript eindigt in 2012 in Beiroet waar een Syrische vluchteling een handschrift te koop aanbiedt aan een vrouw die haar hele leven heeft gewijd aan de studie van Ibn Arabi en ook in zijn voetsporen heeft gereisd. Het handschrift zou de autobiografie van Ibn Arabi bevatten en zo krijgt dit boek nog een postmoderne twist. Want is niet elk boek doordesemd met andere teksten die ook weer overgeschreven zijn en door de wereld gezworven hebben? En is niet elk leven een tekst opgebouwd uit vele andere, eerdere teksten?

Engelse vertaling

De Engelse vertaling van deze historische roman hebben we te danken aan het feit dat Mohammed Hasan Alwan in 2017 de Internationale Prijs voor Arabisch Fictie (IPAF) kreeg voor het Arabisch origineel Mawtun Saghirun. De schrijver profileert zich net als Ibn Arabi als een reiziger. Hij werd geboren in 1967 in Riyad in Saoedi-Arabië en reist de laatste jaren tussen de VS, Canada en Saoedi-Arabië op en neer. Hij haalde zijn Master in Oregon, VS en promoveerde in marketing aan de Carlton Universiteit in Ottawa, Canada Daarnaast schreef hij columns, korte verhalen en romans in het Arabisch. Ibn Arabi’s Small Death is zijn vierde roman en verscheen in 2016. De vertaling door William M. Hutchins is van 2021 en uitgegeven bij Center for Middle Eastern Studies van de University of Texas at Austin.

Marianne Dagevos is initiatiefnemer van Marcada literaire projecten VOOR meerstemmigheid. Twee projecten zijn Podium voor Palestina.nl en Diasporaliteratuur.nl

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.