Turkse imam: it’s only rock’n roll but I like it

Op de onwaarschijnlijke leeftijd van vier jaar mocht hij zich al een hafiz noemen: iemand die de Koran uit het hoofd kent. Maar het was niet alleen Gods woord dat de klok sloeg: muziek was evenzeer een hartstocht van Ahmet Musin Tüzer. Popmuziek, welteverstaan. Queen, Metallica, Nirvana, Iron Maiden, Dire Straits en Pink Floyd behoren tot de idolen van de inmiddels 42-jarige Turkse imam, die met zijn rockgroep FiRock niet alleen de aandacht van veel enthousiaste landgenoten heeft getrokken, maar ook die van zijn werkgever, het machtige Turkse directoraat voor religieuze zaken Dinayet.

Het begon met een rockconcert in augustus voor een paar honderd mensen op plastic tuinstoeltjes in het Turkse kustplaatsje Kaş, aan de Middellandse Zee. De zanger trad op in zijn officiële gewaad van gebedsvoorganger, ten teken dat rock’n roll en religie wat hem betreft goed samengaan. ‘Het voelde aan als een bevrijding’, zei hij later. Maar het Dinayet was minder amused en begon naar aanleiding van deze kleinschalige uitvoering een onderzoek.

De kwestie werd nog dringender voor de Turkse religieuze autoriteiten toen een clip van FiRock, Mevlaya Gel (‘Kom tot God’) de maanden daarop tienduizenden bezoekers op YouTube trok. Het is een wat zoete ballad, niet representatief voor het repertoire van de band, dat misschien nog het beste als ‘psychedelische rock’ valt te typeren, met teksten geïnspireerd door het soefisme – die lankmoedige, vrijzinnige, mystieke volksislam waartegen fundamentalistische en islamistische leiders scherp gekant zijn, al was het maar omdat ze weten dat ze in populariteit door de soefi’s ver voorbij worden gestreefd. Twee jaar geleden begon de imam uit het gehucht Pinarkoy, in het zuidoosten van Turkije, zich in het soefisme te verdiepen. Gaandeweg kreeg hij zijn bekomst van de preken die hij wekelijks op last van zijn Dinayet-bazen moest afsteken voor een handvol gelovigen.

Daarnaast had Ahmet Musin Tüzer altijd al belangstelling voor zingen gehad. Hij was zelfs een volleerd muezzin, een oproeper tot het gebed, en had in die hoedanigheid gewerkt in Sultanahmet, de meest historische en toeristische wijk van Istanbul. Het ten gehore brengen van de klagerige klankmodulaties die met de oproep gepaard gaan is een kunstvorm op zich.

En zo kwam Tüzer op het idee een band op te richten. Daartoe zocht hij contact met Doğan Sakin, een bekende Turkse hardrockgitarist, die, inmiddels 53, zich had teruggetrokken in de eerder genoemde, nabijgelegen kustplaats Kaş. Doğan was verbaasd: niet eerder had een imam hem benaderd (‘ik heb nooit geluisterd naar imams, zij hebben nooit geluisterd naar mij’).

De ruige muzikant, die er geen geheim van maakt dat religie hem gestolen kan worden, besloot samen met wat andere oudgedienden op het aanbod van Tüzer in te gaan – omdat ‘alles wat uit het hart komt tot iets moois kan leiden’ en de keuze voor moderne in plaats van traditionele instrumenten de boodschap universeel maakt. Dat laatste is ook precies wat Tüzer drijft. Met FiRock beoogt hij muziek te maken waarmee hij zijn religieuze gevoelens kan uitdragen, maar die tegelijkertijd een seculier en uiteindelijk internationaal publiek aanspreekt en zodoende islamofobie zal helpen bestrijden.

Het Dinayet heeft ondertussen concrete actie ondernomen. Het directoraat, dat 80 000 moskeeën onder zijn hoede heeft, bezat al de macht van een ministerie voordat de islamistische partij AKP van premier Erdoğan op het toneel was verschenen, en die macht is sindsdien alleen maar groter geworden. Enkele functionarissen hebben Tüzers gehucht Pinarkoy bezocht en mensen ondervraagd. Op een opmerking dat de rockende imam gelovigen en ongelovigen samenbrengt zouden ze verbaasd hebben gereageerd en driftig aantekeningen hebben gemaakt.

In de jaren dat hij als muezzin in Istanbul werkte was Tüzer ook al in aanvaring gekomen met het Dinayet door met een Roemeense toeriste te trouwen. Promoties gingen sindsdien aan hem voorbij, wat hem deed besluiten ontslag te nemen. Ruim tien jaar later pas keerde hij terug in de schoot van het directoraat, dat nu zegt te willen vaststellen of Tüzer als werknemer oneigenlijke commerciële activiteiten heeft ontplooid of niet. Smoesjes, meent de imam: ‘Andere imams verdienen ook geld met concerten. Maar dan gaat het om traditionele muziek. Ze hebben simpelweg iets tegen rock’n roll.’

Gezagskwestie
Volgens sommige Turkse commentatoren speelt religie helemaal geen rol in dit potentiële conflict, maar is het meer een gezagskwestie. Turkije is geen onversneden dictatuur – het land mag met nogal wat goede wil zelfs een onvolkomen democratie worden genoemd – maar overheidsinstellingen kennen desalniettemin een oerconservatieve, autoritaire cultuur en staan niet zomaar toe dat ondergeschikten een eigen weg inslaan.

Het definitieve oordeel van het directoraat voor religieuze zaken wordt deze maand verwacht. Het zou wel eens kunnen samenvallen met de lancering van de debuut-CD van FiRock. Tüzer is hoe dan ook vastbesloten door te gaan: desnoods sleept hij het Dinayet voor de rechter.

De rockende imam heeft goed beschouwd grotere vijanden: islamisten van de agressiefste soort hebben hem via de sociale media bestookt met vervloekingen en zelfs gedreigd met onthoofding. En neem de vele religieuze scherpslijpers die online van leer trekken tegen muziek. De site http://www.inter-islam.org/ stelt onomwonden dat muziek, voortgebracht door blaas-, tokkel- en strijkinstrumenten, haram is. Dat blijkt niet zozeer uit de Koran, maar uit enkele hadith, ofwel overleveringen van de profeet Mohammed, waarin muziek in een adem met ontucht wordt genoemd.

‘Ongelovige idee van vrijheid’
‘Het getuigt van grote onwetendheid om muziek te zien als plezier en tijdverdrijf, aangezien de boodschap van de hedendaagse muziek een algemeen thema volgt van liefde, ontucht, drugs en vrijheid,’ staat op de site van www.inter-islam.org te lezen. ‘Wij constateren dat de hele wereld geobsedeerd is door het ongelovige idee van vrijheid, dat wil zeggen: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van verkeer, enz. Op moderne scholen en universiteiten zien we dat onafhankelijkheid, vrijheid van meningsuiting en seculier denken worden aangemoedigd. Dit idee van vrijheid – ‘het is mijn leven en ik doe ermee wat ik wil’ – is een overheersend thema in de hedendaagse muziek. Het wordt gebruikt om de geesten van moslims vol te stampen met moderne ideologieën die volstrekt tegengesteld zijn aan de sjaria en islamitische waarden.’

In het volgende filmpje houdt imam Karim Abuzaid, werkzaam voor de Colarado Muslim Society, een 11-jarig Amerikaans moslim-meisje voor dat muziek haram is omdat Allah dit zegt. ‘Als moslim dicht je Allah wijsheid toe en moet je niet vragen naar het waarom’. In een andere clip stelt Abuzaid dat Koranrecitaties kunnen worden opgevat als gezang dat niet haram is.

Ik weet niet wie de joviale peer hieronder is die muziek als ‘de Koran van Satan’ kenschetst, maar het desbetreffende YouTube-kanaal is verbonden aan Sjeik Feiz Mohammed, een in Australië geboren prediker van Libanese afkomst die ooit heeft opgeroepen tot de onthoofding van Geert Wilders.

Opvallend is dat de predikers hun pijlen vooral richten op de hedendaagse muziek – op de ‘silly baby-baby-stuff”, zoals imam Karim Abuzaid het uitdrukt. Hoe ze tegen oudere muzikale tradities uit hun eigen cultuur aankijken blijft onduidelijk. Laat staan dat we weten of ze enig idee hebben van Bach, Mozart, Schubert, Beethoven, Mahler en wat dies meer zij. En wat zouden ze vinden van Yusuf Islam, alias Cat Stevens, de razend populaire troubadour uit de jaren zeventig, die zich in 1978 bekeerde tot de islam en de muziekindustrie de rug toekeerde, maar sinds 2006 weer CD’s maakt en optreedt?

In 1999 kwam ik Yusuf Islam tegen op de Macedonisch-Albanese grens. Ik wilde naar Albanië om er te schrijven over de nood van vluchtelingen uit Kosovo, hij wilde ernaartoe om die nood te lenigen. Maar hij had verzuimd 60 000 Duitse Mark te declareren op de luchthaven van Skopje en mocht daarom Macedonië niet uit. De Macedonische douane bejegende hem ronduit vijandig, als een potentiële terrorist.

Hij gaf me een cassette cadeau, getiteld ‘The Life of the Last Prophet’, een door hem ingesproken biografie van Mohammed. Het was een van zijn zeer weinige audio-releases in 27 jaar tijd en ik heb het bandje één keer helemaal gespeeld.

Ook Yusuf Islam meende destijds dat muziek haram was, maar daar is hij inmiddels van teruggekomen.

Hij wordt dit jaar zelfs opgenomen in de Rock’n roll Hall of Fame, samen met Kiss en Nirvana. Niet als Yusuf Islam, maar als Cat Stevens – en dat is misschien veelzeggend.

Carl Stellweg is journalist, schrijver en vertaler, en mede-oprichter van Het Grote Midden Oosten Platform.

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te verbeteren. Door op de 'accepteer' knop of andere links in de site te klikken, geeft u aan hiermee akkoord te gaan.